zondag 28 augustus 2016

Dit is mijn hof, Chris De Stoop

De tijden veranderen, genadeloos. Waar eeuwenlang geboerd werd op polderklei, rukt nu de haven op. Dorpen worden ontruimd, nieuwe betonnen dokken komen ervoor in de plaats. Meestal dan, want in andere gevallen ruilt men weidegrond en akkers in voor natuurcompensatie, opdat zeldzaam gedierte weer alle ruimte krijgt. Mooi, mooi, denk je als stadskind dan al snel. Maar dit ecocentrisme gaat in de praktijk vaak erg ver. Onder het mom van natuurontwikkeling moet erfgoed wijken. Chris De Stoop vertelt welke grote sociale gevolgen dit heeft.

Na de dood van zijn broer krijgt hij de opdracht diens boerenbedrijf op te doeken. Bovendien moet hij zorgen voor zijn moeder die in een rusthuis wegkwijnt van heimwee naar de polder. Hij neemt zijn intrek in de lege boerderij, registreert het verval en mijmert over vervlogen tijden. 

Maar hij kijkt ook verder. De Stoop spreekt met dorpsbewoners over de zware druk van regelgeving en controledrang op het boerenbedrijf. Ook natuurbeheerders hebben last van bureaucratie. Het is schrijnend om te lezen hoe een kwaliteitszorg van tellen en meten ook hier  mensen in een kortzichtige logica doet belanden. Streefcijfers behalen, daar draait alles om, en dan moet je soms de vossen die je zo zorgvuldig hebt uitgezet ook weer neerknallen.

Dit boek is een zorgvuldig afscheid van een manier van leven, die eeuwenlang betekenis en waarde heeft gehad. Loslaten kan pijnlijk zijn, zeker als wat ervoor in de plaats komt niet echt zinvol lijkt. De Stoop schetst daarbij een prachtig, maar ook heel nostalgisch beeld van het schitterende boerenleven. De realiteit zal harder geweest zijn dan dat.  

Maar dit boek is toch vooral een aanklacht. Tegen hedendaags natuurbeheer die de mens vergeet. Het doet je nadenken over de vraag of het doel de middelen wel altijd heiligt.

zaterdag 20 augustus 2016

Léés dit boek! 'N ogenblik in de wind - André Brink

Zuid-Afrika in de achttiende eeuw. Een jonge vrouw reist mee met haar man, een ontdekkingsreiziger. Midden in de wildernis gaat de wetenschapper een vogel achterna, en keert niet meer terug. De vrouw blijft moederziel alleen achter bij het kampvuur. Een slaaf op de vlucht ziet haar en besluit haar te helpen om terug te keren naar de Kaap.

Deze twee mensen maken een voettocht door de wilde natuur. Ze ontmoeten schoonheid en hindernissen en mijmeren over hun leven. Waar ze elkaar aanvankelijk enkel kunnen zien als "de ander" en de mentale afstand onoverbrugbaar lijkt, groeien ze naar elkaar toe. Wat volgt is een pijnlijk mooi liefdesverhaal. Het is dan ook een onmogelijke combinatie. De vraag is, wat haalt uiteindelijk de overhand: de liefde tussen hen, of de cultuur waarin ze zijn opgegroeid?

Dit is een prachtig boek over een grote trektocht. De auteur verbindt elementen uit de natuur met de herinneringen van de hoofdpersonages. Zo leert de lezer meteen heel wat bij over de ontwikkeling van Kaap de Goede Hoop en de cultuur van de Nederlanders die daar waren neergestreken. Tegelijk is het een scherpe aanklacht tegen apartheid en slavernij.  De boeken van André Brink waren lang verboden in Zuid-Afrika.

Zelden sleepte een boek me zo mee. Nu, een week later, heeft het verhaal me nog steeds niet losgelaten. Geen enkel ander boek bevalt me tot nu toe, ik leg alles lusteloos weg. Wat was het heerlijk om zo in een verhaal te kunnen verzinken. Dit boek is volgens mij echt een heruitgave waard.

PS. Een boek als dit zou ik nooit zelf kiezen! De titel alleen al en dan die seventies kaft! Hoe komt het dan dat ik er toch aan begonnen ben? Ik heb het tijdens een boekenruilfeest aangenomen omdat de vorige eigenaar er zo lovend over sprak. Zij had het boek op de middelbare school moeten lezen en het was altijd blijven hangen. Onlangs herlas ze het en was opnieuw meegesleept. En, inderdaad, ze had volkomen gelijk!

Ik kan dan ook maar één ding zeggen: léés dit boek! Zoek het op rommelmarkten of in oude bibliotheken. Of kom het bij mij lenen. Je zal het je niet beklagen!

maandag 15 augustus 2016

Merijn de Boer, 't Jaghthuys

Een verlaten landhuis. Een moeder. Een volwassen zoon. Binnert ontmoette in zijn leven slechts 16 mensen, en dan belt nummer 17 aan...

Vera is seksueel zorgverlener voor mensen met een mentale beperking. Ze dacht dat ze alles zo ongeveer wel had meegemaakt. Maar dit is geen gewone cliënt. Binnert is hyperintelligent én heeft het lichaam van een topatleet. Kortom: Vera is verloren. Ze wil hem hebben! En dus moet ze een manier vinden om hem bij zijn moeder weg te halen.

t Jagthuys is een adembenemend verhaal, dat ik moeilijk weg kon leggen. (Ik ben zelfs net voor het einde bewust even een wandeling gaan maken, om het leestempo te breken) Boeiend is vooral hoe de grens tussen gekte en normaliteit wordt opgerekt. Want, wie is nu eigenlijk gestoord in dit boek? Is Binnert wel echt zo vreemd? Is zijn moeder overbeschermend? Of is Vera ten prooi gevallen aan een niets ontziende waanzinnige verliefdheid?

Heel wat vragen blijven onopgelost. En wat mij betreft is dat toch een beetje jammer. Het einde van het boek is zeker niet het beste deel. Maar wat een leeservaring onderweg daarheen! Alleen daarvoor zou ik al uitroepen: mensen, lees dit boek!

zaterdag 6 augustus 2016

De verwarde Cavia, Paulien Cornelisse

Mijn nieuwe vriendin heet Cavia! Ze doet iets vaags in de communicatie en houdt erg van paperclips. Ook ordent ze met vreugde punaises en mappen. Haar wildste hobby bestaat uit het googelen van ziektesymptomen op het internet. Tijdens werktijd uiteraard.

Cavia liet me kennismaken met haar team. Zo is daar de overenthousiaste Roy, de ambitieuze Stella, de licht depressieve Anna-Beth, en natuurlijk Ruud, de teamleider, die zijn medewerkers steevast met "rakkers" aanspreekt.

Samen met dit zootje ongeregeld neemt Cavia deel aan een niet bijster productieve workshop timemanagement (met post-its!) en gaat ze op "heidag" om te brainstormen en "punten op de horizon te zetten." Zelf ontdekt ze het effect van een uitdrukking als "oppakken" of "strategische projectie", ja, ja!

Een heerlijk boek dus, zeker voor een organisatie-adviseur (want ja, zelfrelativering is nooit weg, ook in mijn beroep) Tijdens het modereren van de volgende "denkdag" of beleidsplanning-event zal ik met weemoed terugdenken aan het lot van Cavia en de haren.

Misschien lees ik dan gewoon wel een stukje voor!

zondag 31 juli 2016

De leesclub leest: Siddhartha van Herman Hesse

In een sombere wereld is een beetje flower power nooit weg. Daarom lazen wij Siddhartha, zo ongeveer de bijbel van de hippiegeneratie. Of dit werk de actualiteitstoets doorstond? Moeiteloos! Want ook voor zoekende zielen van vandaag biedt dit verhaal een bron van inspiratie.

Siddhartha is immers zelf een rusteloze ziel, die zich afvraagt hoe hij zijn leven zin en balans kan geven. Zijn weg leidt langs ascetische bedelaars, inspirerende denkers, de liefde en de materiële welvaart. Rust vindt hij uiteindelijk bij de rivier. En bij de veerman, een geweldig personage dat de kunst verstaat om echt te luisteren, zonder oordeel, wens of sturing. Je niet verzetten tegen de stroom van gebeurtenissen en openstaan voor wat gebeurt: daar draait het om.

De leesclub was het eens: dit is een bijzonder boek, vol prachtige citaten die het verdienen herlezen te worden. Het verhaal van vallen en opstaan sprak ons bijzonder aan. Siddhartha is geen supermens die een foutloos parcours aflegt, maar iemand die zoekt, faalt en weer verder gaat. Hij ontdekt dat wijsheid geen kennis is, maar eerder een levenshouding, en dat was voor ons echt iets om verder over na te denken.We waren ook onder de indruk van zijn stellig verzet tegen een "leer". Wijsheid kan je niet doorgeven, maar moet ieder zelf weer ontdekken, is het motto. 

Wellicht klinkt dit allemaal wat zweverig, maar dat komt dan omdat ik het niet zo goed kan verwoorden als Hesse. Laat ik dus eindigen met een zin van hem:

"Zoeken betekent een doel hebben. Maar vinden wil zeggen: vrij zijn, openstaan, 
geen doel hebben"

PS. Deze editie heeft een voorwoord van Paulo Coelho, dat ook de moeite waard is om te lezen. Hij vertelt hoe dit boek hem levenskracht gaf toen hij als jongeman in de psychiatrie was opgenomen. Moedig en mooi!

maandag 25 juli 2016

Kate Summerscale, Het opzienbarende verhaal van Robert Coombes



Zijn kinderen in se slecht, en moeten zij worden opgevoed tot het goede? Of, zijn het nobele, onschuldige wilden, die juist door de omgeving worden verpest? Voer voor menig ideologische discussie, maar ook inzet van een rechtszaak. Want, hoe viel te verklaren dat de dertienjarige Robert Coombes zijn moeder vermoordde, en met ijzige precisie dit geheim tien dagen lang verborgen hield?

Het proces tegen Robert Coombes was één van de meest mediagenieke rechtbankdrama's uit de negentiende eeuw. De krantenlezers smulden ervan! Was Robert toerekeningsvatbaar? Kende hij wel het verschil tussen goed en kwaad? En wat was de invloed van de penny dreathfulls, de gewelddadige jongensboeken die hij las? In grote getale kwam het publiek opdagen om deze vragen beantwoord te zien.

Kate Summerscale ontrafelt het verleden op een bijna klinische wijze. Ze citeert uit de bronnen, en plaatst de feiten in een historisch verantwoorde context. Haar taal is droog en zakelijk, soms te. Ik miste wel een analyse, of een hedendaagse blik op het gebeuren. Maar de parallellen dringen zich hoe dan ook op en doen de lezer meer dan eens grijnzen van verbazing.

Kate volgde ook Roberts spoor nadat het vonnis was geveld en de kranten zich op nieuwe sensaties stortten. Hoe ging het verder met de jongen? Maakte hij nog iets van zijn leven? En zo ontdekte ze een verhaal dat bijna te mooi is om waar te zijn. Hoedje af dus voor Robert en voor de magistrale zoektocht van Summerscale.

(PS: en dan te weten dat ik dit boek bijna niet had gekocht, wegens een in mijn ogen veel te lelijke kaft. En ik word natuurlijk wel in het openbaar met boeken gespot! De echtgenoot vond dit argument dermate belachelijk, dat ik alle ijdelheid liet varen en dus met veel genoegen dit boek heb gelezen!)

donderdag 14 juli 2016

Günter Grass, Mijn eeuw

Men neme een eeuw. Honderd jaar vol breuklijnen en verschuivingen. Tien decennia vol kleine gebeurtenissen en wonderlijke uitvindingen. Dan scherpt men zijn pen, dopt deze in de inkt (sepia voor dat tikje patina) en schrijft voor elk jaar één verhaal.

Zo belandt de lezer voor een radiotoestel en draait aandachtig luisterend aan de knop. Flarden gesprekken zweven voorbij. We horen ongeruste moeders zuchten over hun kinderen (die zich ontpoppen tot nazi, punker of terrorist). Jonge meisjes proberen de charleston onder de knie te krijgen.  Oude heren blikken vol weemoed terug op hun heldendaden in de sport of op het slagveld. We beluisteren enthousiaste commentaren over de komst van de Zeppelin, de TV of en de stohoed, terwijl andere stemmen verbitterd terugblikken op de fouten die ze hebben gemaakt. Voor de fijnproevers spon de auteur af en toe een dun draadje tussen de verhalen. Een klein verbindingslijntje om te laten zien dat de mens nooit zoveel verandert.

Samen met Günter op reis door de turbulente twintigste eeuw. Een uiterst boeiende rit. Zij die de Duitse geschiedenis minder in de vingers hebben (ik beken), missen hier en daar een knipoog. En naar het einde toe neemt de heer Grass iets te vaak zelf het woord, wat jammer is. Maar verder een prachtig boek.

Leesvrienden, vertel mee eens, welk ander boek van Grass moet ik zeker eens lezen?