vrijdag 27 juli 2012

Tussen Kunst en Kitsch



Wat is het verschil tussen wereldliteratuur en een romannetje? Drop deze vraag op een feestje en je hebt gegarandeerd een geanimeerd gesprek. Want ja, hier kunnen mensen heerlijk pedant over doen. En ze halen daarbij ongegeneerd de meest strenge meetlatten boven. Tante is normaliter niet zo van de strikte scheidslijnen, maar kom, laat het ons voor de grap gewoon eens proberen.

Een tijdje geleden las tante ergens (waar? waar?) dat het verschil tussen kunst en entertainment eigenlijk heel eenvoudig is. Entertainment is bedoeld om mensen af te leiden van het leven. Kunst laat je juist beter en bewuster kijken naar het leven. Om je te laten mijmeren over de zin ervan. En zo.

Met nauwelijks verholen jubelkreten sloeg tante het boek in kwestie dicht. Een eeuwenoud dilemma opgelost in twee zinnen. Want: een ideale maatstaf om Zomergasten te onderscheiden van – pakweg – the Voice van Vlaanderen. Problem Solved!

Maar bij diepere reflectie bleek het toch niet zo simpel te zijn. Neem nu een soapserie. “Entertainment!” roept u spontaan. Ja, maar als je er met een serieuze bril naar kijkt (zo’n zwarte als theetante heeft) dan kan je er vast ook allerlei diepmenselijks in ontdekken. O, je wijdt er met gemak een heel doctoraat aan.

Toch niet zo glashard dus, die grens. Op zijn minst rekbaar. En deze week worstelde tante aan welke kant van de lijn tussen kunst en kitsch ze dit boek moest plaatsen:




Grossman is natuurlijk niet de eerste de beste. Alom bejubeld en be-eredoctoraat. Auteur van het schitterende (en zonder aarzelen literaire) Vrouw op de vlucht voor een bericht. En dus door tante spontaan geklasseerd bij de wereldliteratuur. Kom, zwarte bril op, frons tussen de wenkbrauwen en lezen maar!

En dat was nu eens geen karwei, want dit boek is heel vlot geschreven. Het begint allemaal als Assaf, een jongen van 16 een weggelopen hond vindt en hem wil terugbrengen bij de eigenaar. Dat blijkt Tamar te zijn, leeftijdsgenote en zangtalent. Maar, Tamar is vermist en al snel blijkt dat ze in handen is van héél verkeerd volk.

Op zijn zoektocht naar Tamar struint Assaf door heel Jeruzalem. Een levendige, gezellige stad zo wil Grossman ons doen geloven. Hij maakt er kennis met heel wat buitenbeentjes: mensen die net als hij zelf een beetje anders zijn en niet zomaar willen meewaaien met de wind. Eén van de mensen die hij ontmoet is Theodora: absoluut mijn favoriete personage: een non die al vijftig jaar in een klooster zit en zich heeft omringd met boeken. Al lezend verkent zij de wereld!

Maar na een tijdje wordt het gewoon bere spannend. Met echte slechteriken, wilde achtervolgingen en zware criminaliteit. Hoeveel butsen en builen kan een mens op een dag oplopen, en dan nog wegrennen, dacht tante: chapeau. En u voelde het natuurlijk ook al mijlenver aankomen: op het einde worden Tamar en Assaf verliefd. Ahhhhhh!

Lang heeft tante gepiekerd over de diepere boodschap van dit boek. Maar verder dan “het kwaad zit dichterbij ons dan we denken” kwam ze niet. Wel heeft ze spannende dagen achter de rug. Lekker meegesleept worden in een verhaal, ver weg van je eigen wereld. O, het kan zo heerlijk zijn.

Enne of het dan wereldliteratuur is of puur entertainment, wat doet dat er uiteindelijk toe?

maandag 23 juli 2012

Inspirerende lelijkheid



Tante is van het optimistische type. Dat is althans haar betrachting. Voelt ze de somberte opzetten of de zwaarte drukken, dan gaat ze dra op zoek naar een sprankeltje zon.

En er is er altijd wel iets te ontdekken. Een zwerm spreeuwen die ruisend boven het huis verdwijnt. Een regenboog vanuit een grijze trein vol ochtendhumeur (niemand die het ziet). Of een klein vlindertje op de lavendelstruik.

Natuurlijk, kan je daar van alles tegen in brengen. Dat het naïef is bijvoorbeeld. Akelig pastelkleurig. Dat tante zich weer laat meeslepen in een tijd waarin je niet mag treuren. Want, iedereen is immers gelukkig. Continu. Shiny happy people , vrolijke kleuren, smileys in overvloed en vele dikke I like duimen..

Ja, tantes positieve blik heeft wel iets kneuterigs ook. Iets truttigs wellicht. Maar, ze beseft het en komt er tenminste voor uit. En ze draagt bloemetjesjurken. Dus.

Maar tante heeft ook eigenlijk nog nooit iets serieus meegemaakt. Geen diepe dalen doorgekropen. Geen ijskoude wateren doorsparteld of zware stromen getrotseerd. Dus eigenlijk weet ze helemaal niet hoe het is om reddeloos verloren te zijn. Om zodanige klappen van het leven te krijgen dat je de zon niet meer ziet. Nooit. Wat gebeurt er dan met een mens? Zie je dan alleen maar lelijkheid?

Daar lijkt het wel op als je het boek “Zonder mij” van Philippe Claudel leest. Zware kost. Bikkelhard. En zonder de gebruikelijke poëzie waar deze Fransman ons anders zo ruimhartig op trakteert.




De hoofdpersoon is zijn vrouw verloren en blijft radeloos achter. Met een vreselijke baan in het ziekenhuis. En met een babydochter. En ondanks al haar glimlachjes draagt hij de lelijkheid op zijn schouders. Hij ziet enkel afstomping en marginaliteit. En zoekt deze ook op. In de meest troosteloze toiletten van een achterbuurtcafé bijvoorbeeld. Of tussen de zigeunervrouwen die met verdoofde kinderen hun kostje bij elkaar bedelen.

Amper een positieve noot in deze roman. Enkel confronterende lelijkheid, de kaalslag van het moderne leven. Waar mensen het ergste in zich naar boven laten komen. Homo humini lupes. Waar men elkaar om niets in elkaar slaat. En waar er geen schoonheid is, enkel een wrange leegte.

En dan, als je het helemaal niet meer verwacht, één gouden passage: warm en rijk. Maar, het is een flashback. En de vraag is nu maar of de hoofdpersoon nog terug kan naar die honinggouden tijd toen alles nog goed was.

Even slikken dus dit boek, meer dan. De rouw rauw op je dak. Platvloerse tristesse. Afstotelijk. Toch kon ik het niet wegleggen. En bleef het malen, ook toen het (dunne) boekje uit was. Want er zijn mensen die dit wel degelijk doormaken. En die dan niet zitten te wachten op een troela in een bloemetjesjurk die per sé positief wil zijn. Misschien zijn we wel verleerd met deze gevoelens om te gaan? En verwachten we al te snel dat mensen hun leven wel weer oppakken na een zwaar verlies? Kom op: niet zeuren, schouders eronder…

Kortom: verreweg het lelijkste boek dat tante ooit las… en dat is in dit geval een compliment!

vrijdag 20 juli 2012

De Kunst van het Kiezen



Heeft u dat nu ook? In de supermarkt? Dat radeloos staren naar een rayon met wel vijftig soorten tandpasta.? En dan je schouders ophalen en denken: ik neem maar wat ik altijd neem, dan hoef ik er tenminste niet over na te denken.

Ja, we leven in een wereld vol keuzes en soms is dat gewoon te veel. Wetenschappelijk onderzoek heeft trouwens aangetoond dat mensen eigenlijk maar kunnen kiezen uit maximaal vijf dingen. Echt kiezen bedoel ik dan: voors en tegens afwegen en op rationele, geïnformeerde wijze de knoop doorhakken. Maar, veertig soorten koffie, wie kan daar nu uit wijs? (met theesoorten of boekenrekken heb ik dat probleem trouwens een stuk minder, gek hè?)

Het is een boutade natuurlijk, maar kiezen is verliezen. En in deze maatschappij een “loser” zijn is zo ongeveer het ergste wat er is. Daarom zijn er ook mensen die gewoon niet kiezen. Die “het lot” laten beslissen en met de stroom meedrijven. En daarbij dan even vergeten dat niet kiezen ook een keuze is.

De hoofdpersoon in het boek “Stilte in Oktober” bijvoorbeeld. Een kunsthistoricus die heel zijn leven lang geen enkele echte keuze heeft gemaakt. Als zijn vrouw dat wel doet (ze pakt haar koffers en laat hem zitten) begint het hem te dagen dat dit misschien niet zo’n goede strategie was.




Zoals gezegd start het boek op het moment dat Astrid het huis verlaat. Ze gaat op reis, zegt ze, waarheen of hoe lang, dat is een raadsel. De kunsthistoricus blijft alleen achter in Kopenhagen en heeft alle tijd om na te denken over zijn leven. Zo moet hij uiteindelijk vaststellen dat hij zijn vrouw niet eens zo goed kent. En dat het bij nader inzien wellicht niet zo’n goed idee was om twintig jaar geleden iets met haar te beginnen.

Het boek leest als een lange monoloog, waarbij we alles vanuit het standpunt van de hoofdpersoon bekijken. Hij verbindt zijn emoties en belevenissen vaak met beroemde kunstwerken. Op een goede manier dan, zonder dat het een gimmick wordt. Maar Grondhal veronderstelt meteen wel dat de lezer weet wie Hopper is, hoe een Magritte eruit ziet (dat lukt nog wel) en wat nu ook al weer speciaal was aan Césanne. Fijn om zo weer eens ondergedompeld te worden in de kunstgeschiedenis.

Een heel visueel boek dus, ook al staan er geen afbeeldingen in. En omdat tante dus geen achterflapteksten meer leest duurde het nogal een tijdje voor ze doorhad dat de auteur ooit opgeleid was tot filmregisseur. Dat is te merken aan het boek: want heel veel zaken worden in erg treffende beelden weergegeven (zonder dat je trouwens het idee hebt om een filmscript te lezen).

Wel had tante halverwege een beetje te kampen met een dipje. Werd het niet al te navelstaarderig? Niet te beperkt, zo één perspectief? Maar dan komt er een draai die ervoor zorgt dat je al het voorgaande toch even anders bekijkt, en dat hebben we graag!

Op het einde van de rit vond tante wel dat ze een boeiend, intrigerend boek gelezen had. Was het ook een goed boek? En wat vond tante nu eigenlijk van de hoofdpersoon? Een sympathiek slachtoffer van een koele vrouw, of eigenlijk gewoon een parasiet die nooit keuzes heeft gemaakt en zo ten koste van anderen leefde?

De zaak blijft onbeslist, maar het boek zindert na. En is dat niet precies wat goede literatuur moet doen?

maandag 16 juli 2012

Ode aan het kijken


Vandaag ging tante op expeditie! Bovenstaande foto is daarvan alvast een sprekend resultaat. Haar missie? Op de route trein-werk zoveel mogelijk rondjes ontdekken, cirkels, bolletjes, dots voor wie wil. Ze had nog maar juist het station verlaten of ze spotte al een hele resem gaatjes, die ze nooit eerder had opgemerkt:


Waarom doet tante dit, kunt u zich afvragen. Zijn de sombere regenbuien haar teveel geworden en naar de kop gestegen? Néé! Ze doet dit voornamelijk om de automatische piloot in haar hoofd uit te zetten. Die maakt van de dagelijkse route immers één pot nat. (ook figuurlijk dus). Want eens de weg gevonden, denkt het brein: hè even rust, ik hoef niet op te letten. En dus wordt er heel wat boeiends weggefilterd. Zoals dit:


Want ja, als je eenmaal weer actief gaat kijken, met een doel, dan zie je zoveel meer. Verbazend gewoonweg. Tante legt zich vaak een dergelijke missie op, vandaag was het een vorm, morgen let ze op klaprozen of op kleur (geel bijvoorbeeld is een ideale starter: als je goed oplet zie je het over al de stad is niet grijs):



Goed kijken, zo leerde tante, is het begin van alle creativiteit. Je oordeel uitstellen en je eigen omgeving met andere ogen bekijken, daar draait het om. En dat is dan ook precies de reden waarom tante zo graag kunst bekijkt, afstemt op zomergasten of een boek ter hand neemt. Even een andere blik op wat je anders niet opvalt: heel verfrissend en leerrijk.


Het is dan ook absoluut niet verwonderlijk dat tante de voorbije week dit boekje onweerstaanbaar vond. De titel alleen al “Ode aan het kijken". De eerlijkheid gebiedt ons te vermelden dat er nog twee redenen waren die dit boekwerk onweerstaanbaar maakten:

  • Een: den Alain! Laten we eerlijk zijn, hij kan echt niets verkeerd doen bij tante. Zij is zware fan. In Vlaanderen plegen we dan te zeggen: “Hij ligt in een hoge schuif”. De allerhoogste dus en wat ons betreft de ideale zomergast.
  • Ten tweede: de typografie. Tante houdt wel van ouderwetse, stevige lijnen. Zwart-wit-rood, meer hoeft dat soms echt niet te zijn. En, geef nu toe: de vormgeving van dit boekwerkje is nu eenmaal bijzonder geslaagd. Eenvoudige klasse: daar tekenen we voor!

En, loste deze impulsaankoop alle hooggespannen verwachtingen daadwerkelijk in? Ja, en nee.

Om met de nee te beginnen: tante had het allemaal al eens ergens gelezen. Dit is immers geen nieuw werk maar een soort bloemlezing. Je kunt dat een feest van herkenning noemen, maar als je iets nieuws verwacht, zwaai je toch net iets minder hevig met het feestvlaggetje.(en dwarrelt er geen confetti)

Maar, toch, zijn teksten zijn nu eenmaal van grote klasse. Lichtvoetig, maar met diepgang. Inspirerend hoe hij linken legt tussen filosofie, kunst, literatuur en het dagelijks leven van gewone stervelingen. Zijn beschrijving van de luchthaven of een wandelingetje in de dierentuin zijn bijvoorbeeld echte eye-openers. Bovendien geeft hij aan waarom saaie plekken zo interessant kunnen zijn. En tante hield ook erg veel van het stukje “over schrijven", dat eigenlijk over lezen gaat en prachtig verwoord hoe je door te lezen over andere levens beter naar je eigen leven kijkt!

Kortom: een ideaal bundeltje om kennis te maken met het werk van Alain de Botton. En lees dan vooral verder. “Hoe Proust je leven kan veranderen”, bijvoorbeeld, of “Religie voor atheïsten”. En voor wie op vakantie vertrekt “De kunst van het reizen” is een echte aanrader (ook voor de thuisblijvers trouwens).

En na dit hele betoog rest er nog één vraag: waar gaat u morgen eens extra op letten?

vrijdag 13 juli 2012

Sneeuw in de zomer?



Wat? Zie ik daar gefronste wenkbrauwen? En hoor ik u denken: “Tante, dat is toch al te bar! Het is al zo’n kommervolle zomer, met fikse regenbuien, gure wind en vele kippenvel momenten (Nee, NIET van ontroering). En dan doet die tante er nog een laagje sneeuw boven op: daar zitten we niet op te wachten !

Goh, als het nu over ijs zou gaan, daar kunnen we nog inkomen. Vooral de roomzoete variant dan, zoals het bovenstaande blauwe exemplaar dat de dochter deze week verorberde (en 20 minuten later zag haar toch nog blauw van dit smurfenijs: ja, hééél naturel allemaal!)”

Tante is één en al begrip! Ze snapt dat u snakt naar zonnestralen, warme stranden en zwoele briesjes. En als dat niet in de buitenlucht kan, dan maar op papier. Ze wist dus dat ze een risico nam door u nu een boek vol sneeuw en ijs voor te schotelen. Maar ze doet het toch! Omdat het zo hartverwarmend is:




Een deken van sneeuw” van Craig Thompson is een graphic novel in de meest ware zin van het woord. Graphic omdat het zwart-wit is, waarbij de alom aanwezige sneeuw voor mooie visuele contrasten zorgt. Kleur wordt niet gemist, nee, nee. Daarnaast is het ook een echte “novel”: een verhal dat je meesleept. Nog nooit zoveel emoties gevoeld bij het lezen van wat een leek wellicht gewoon een “strip” zou noemen.

Rode draad in dit verhaal zijn een aantal dekens, waar de hoofdpersoon Craig zich in verschuilen kan. Eerst is er het deken dat hij als kleine jongen moest delen met zijn pesterige broertje (hilarische passages over wilde zeegevechten die de heren in hun tot schip omgefantaseerde bed uitvechten!). En er zijn natuurlijk de dekens van sneeuw die het landschap bedekken en zo de dagelijkse wereld transformeren, wat Craig aan het denken zet over zijn leven. Waar het allemaal toe dient. En wat hij kan betekenen.

Maar het belangrijkste deken is van patchwork. Liefdevol handwerk van Raina, het eerste meisje dat Craig echt in vuur en vlam zet. Een liefje dat net als hij problemen thuis heeft. Iemand die nu eens echt naar hem luistert en die hem warmte biedt. Samen schuilen zij tegen een soms al te kille wereld.

En tante dacht met warmte en nostalgie terug aan de tijd toen ze zelf jong was en verliefd. Het boek weet namelijk feilloos dat gevoel op te roepen. Als het leven nog moet beginnen en je het idee hebt dat je ter plaatste trappelt. Dat je nog eindeloos moet wachten. Het leven lonkt, maar tegelijkertijd weet je nog niet zo goed wat je precies wil.

Bij tante was dat gevoel ondertussen wat ondergesneeuwd, maar via dit boek kwam het weer helemaal boven. De setting was ook zo heerlijk herkenbaar, want tante dateert uit hetzelfde geboortejaar als de auteur (googelen maar, mensen) en dus deed de jongerencultuur met Grunge, Nirvana en een vleugje sixtiesnostalgie meer dan een belletje rinkelen. Bovendien leerde tante op dezelfde leeftijd over de grot van Plato, een oud verhaal dat heel ingenieus verweven wordt met de lotgevallen van de jonge Craig. Ook zijn ogen gaan immers open na een lange tijd in de duisternis….

Ja, een echte graphic (prachtige tekeningen) novel (prachtig verhaal). Tantes lat ligt voortaan hoog!

Dank dus aan de jarige uit wiens boekenkast ik dit exemplaar mocht lenen. Het zal me zwaar vallen om het terug te bezorgen!

dinsdag 10 juli 2012

Buitenspel




Bij tante thuis wordt de Tour met veel belangstelling gevolgd. Door jong en oud. Op actieve én meer passieve wijze. Alleen tante zelf is niet echt betrokken. Dit wegens haar beperkte interesse in geschoren mannenbenen. En omdat haar strategisch inzicht in de wielrennerij quasi onbestaande is. Zo staat tante dus buitenspel. Ook letterlijk. Vooral als zoon en neefje met een zucht uitroepen: “We hebben écht liever dat je weggaat!”.

Een goede verstaander heeft maar een half woord nodig. En dus zet tante een pot thee. En neemt een goed boek ter hand. Eveneens over een buitenstaander. Maar dan een die plotsklaps in het midden van de actie staat.





We schrijven begin jaren veertig. Oscar, de hoofdpersoon van dit verhaal, is leraar Engels aan een gymnasium. Hij heeft moeite met zijn vak, met de leerlingen, met zijn collega’s en de schoolregels. Kortom: hij heeft het gevoel aan de zijlijn van het leven te staan en is op z’n 35ste al volledig uitgeblust (ocharm!).

Maar dan komt Esmée, en Oscar zwicht. Zij laat hem voelen waar het leven echt om draait en hoe mooi het kan zijn. Maar na een passionele tijd, heeft ze er genoeg van alleen maar iemands minnares te zijn. En ze kiest voor zekerheid in de persoon van Id, Oscars collega en beste vriend.

Dan breekt plots de oorlog uit. Oscar en Id worden op geheime missie gestuurd. En terwijl Id steeds banger en onzekerder wordt, bloeit Oscar volledig open. Militaire operaties blijken hem immers te liggen! En daardoor wordt hij ietwat roekeloos. We komen al snel te weten dat Id tijdens hun missie is gestorven. Vijf jaar na de oorlog wil Esmee weten hoe de vork echt in de steel zat. En gaat samen met Oscar op pad om de laatste route van Id te volgen.

Een mooi boek, over liefde en vriendschap en de onverzoenbaarheid van die twee. Veel blijft ongezegd, stil in dit kleinood, dat wemelt van de betekenisvolle details, halve woorden en sprekende blikken. En boeiend boek dus, dat wel.

Maar toch, toch voelde tante zich wat buitenspel staan. En kon ze zich niet volledig inleven in het verhaal en de personages. Lag het aan de oorlogssetting (1000 bommen en granaten zijn niet meteen tantes cup of tea)? Lag het aan de beperkte karakterschets van de vrouwen in dit verhaal? Aan het feit dat zoveel uiteindelijk niet werd uitgesproken? Waarom dat gevoel dat er toch meer in zat? Tante blijft erover dubben en is dan ook zeer benieuwd wat u ervan denkt!

vrijdag 6 juli 2012

Vakantiegevoel


Het is zomer. En dan droomt een mens al eens weg van verre oorden. Van rustiek beboomde bergen, zonovergoten stranden en klaterende watervallen. En van talrijke ontdekkingen, zoals onvermoede vlinders, onverwachte archeologische schatten en … nieuwe soorten thee.

Doch, voorlopig moet tante het stellen met haar eigen tuin. Met de haar reeds bekende theesoorten. Met de vrolijke fratsen van haar immer turbulente theekopjes. En met het katertje Abel die naar binnen wil, of nee, toch weer naar buiten. Bij nader inzien…weer naar binnen, of toch liever weer….

Ja mensen, rust was een relatief begrip deze week. Maar toch heeft tante een heus vakantiegevoel. De voorbije dagen heeft ze immers vertoefd op een echte oceaanstomer. En is ze van het verre Azië, langs de kusten van Afrika en de Rode Zee naar Europa gevaren. Een fantastische reis en dat vanuit haar eigen luie zetel: maak het mee!


Ondaatje neemt ons mee naar 1954 (petticoats, jazzmuziek, cocktails en suikerspinkapsels). Drie jongetjes van 11 jaar zijn in Sri Lanka ingescheept voor een reis naar Engeland, waar hen een Britse kostschool wacht. Blijkbaar hebben zij nogal onverantwoordelijke ouders, want de knullen krijgen vrij spel. Heerlijk natuurlijk (vonden ook de theekopjes!).

Ze ontmoeten heel wat bijzondere volwassenen aan boord. Zoals de botanicus die in het ruim stiekem een feërieke planentuin heeft aangelegd. Een pianist die hen laat proeven van muziek en ritme. Een literatuurkenner die hen prachtige verhalen vertelt, maar nooit het einde verklapt (zodat ze met veel zin voor verder lezen van boord gaan). Heerlijk waren ook de twee Violetten: keurige dames (denk: bloemetjesjurken) die dagenlang bridge spelen en ondertussen die de huwbaarheidsgraad van iedere 50-plusser kritisch onder de loep nemen. Ook nog aan boord: een baron met sluwe plannen, een oosterse medicijnman, een mysterieuze gevangene en een dame met creatieve aspiraties

Het eerste deel van het boek is zo één fantastische ontdekkingstocht in een ongewone, kleine en besloten wereld. Vol geur (kaneel! kardemom!) en kleur (die zonsondergangen!). Maar dan gebeurt er iets (geen paniek: ik ga niet vertellen wat) waardoor de jongetjes toch iets van hun onschuld verliezen. Waardoor ze gaan inzien dat de volwassen wereld niet één grote droom is. En waardoor de reis een rite de passage wordt naar volwassenheid. Een ervaring die hen voor het leven aan elkaar bindt.

Ik hield persoonlijk iets meer van het eerste deel (echt wegdroommateriaal). En het einde was niet de climax die ik toch een beetje had verwacht. Maar voor de rest absoluut een aangename leesreis!

Toch nog één kleine verzuchting. De “achterflaptekstenschrijver” dezes ging wel een tikje uit de bocht , wegens welgeteld twee spoilers die ik liever nog niet had geweten. Het is nu definitief: ik lees geen achterflappen meer! Ik vertrouw wel op mijn medebloggers!

maandag 2 juli 2012

Dank u!


Wat zegt u? Een indianendorp? Zomerse tippies van kleurrijke klasse? Een invitatie tot het roken van een vredespijp? Had gekund! Deze fotosessie van de theekopjes werkt dit idee trouwens aardig in de hand. Maar, nee. Wat u ziet zijn frutsels.

Of, om het iets tactvoller te benoemen: tasjes door tante vervaardigd. Tijdens menige lange voetbalavond. En dit heel altruïstisch. Want, ter verblijding van de vele juffen (en één meester) die het voorbije schooljaar de theekopjes hebben gevuld. Met mooie verhalen, met gekke gedichtjes, met pittige sommetjes, met fijne melodietjes. En ook een flinke scheut levenswijsheid.

Zoiets verdient hulde! Dankbaarheid en natuurlijk heel veel respect. Want nu de theekopjes weer volle dagen rond haar heen dartelen is tante zich des te meer bewust van de uitdagende kanten van het juffenbestaan. Je moet immers waakzaam blijven en continu spiedend rondblikken om onraad te voorkomen (uch!)



Nu was tante de voorbije maanden zelf ook een beetje “juf”. Nou ja, stagementor dus. Altijd boeiend en leerrijk, zo’n frisse blik van een student! En dit exemplaar had goed opgelet! Ze had immers onthouden dat tante een flinke boon heeft voor Toon Tellegen. Dat ze in is voor wat poëzie en een vleugje retro wel waardeert. En dat zal wel de reden zijn waarom tante na afloop dit cadeau mocht uitpakken:


Wondermooi! Ingrid Godon keek goed naar oude foto’s, naar Vlaamse primitieven en Italiaanse meesters. En ontdekte dat vroeger niemand lachtte. Of toch niet op een portret. En dus schetste ze ernstige gezichten. Mijmerend. Dromend. Wikkend en wegend.

Toon Tellegen keek ernaar en bedacht steeds een dagdroom. En die zijn van grote klasse. Zo is er Julia die zich afvraagt hoe het zou zijn om een mier te zijn. Of de flinke Anton die toch graag wat meer moed zou hebben. En de lieve kleine Nora zou liever nooit meer willen blozen.

Kortom: een boek als een pralinedoosje. Om af en toe ééntje uit te nemen en bedachtzaam op te smikkelen. In de zomerzon. Niet te veel na elkaar. Maar heel voorzichtig, stilletjes genieten.

Tante wordt er zowaar helemaal stil van….