woensdag 26 december 2012

Even kluizenaar




Laten we het gewoon even toegeven: tante is nogal druk. Dynamisch of hyperkinetisch, het is maar hoe u het bekijkt, maar als een bezig bijtje is ze eigenlijk altijd in de weer. Hollen maar!

Tja, ze wil dan ook heel wat combineren. Er is het werk, er zijn de theekopjes, de bibliothecaris en de katten. Daarbovenop nog een lange lijst hobbies en natuurlijk een kast vol boeken. Bovendien heeft ze ook nog een schare vriendinnen en de nodige clubjes. U snapt het al: tante komt altijd tijd te kort.

Doorgaans is ze daar heel tevreden mee, maar af en toe wordt het eventjes te veel. Dan wil tante eventjes niets. Of toch heel weinig. Eén lamp, één boek, één kop thee (en één onvermijdelijke kat op schoot) is dan meer dan voldoende. Verder alleen duisternis en stilte. Ja, af en toe is tante even heremiet.

Even niets, even rust, “reculer pour mieux sauter”, zoals dat heet. En herbronnen was wel heel inspirerend met Cees Nooteboom als reisgezel door Spanje:





Het Spanje van Nooteboom heeft dezelfde gespletenheid als tante. Enerzijds is er het drukke, barokke land, met grootse processies, energieke flamengodansers, rijk gedecoreerde kerken en schitterende Moorse paleizen vol opschriften en klaterende fonteinen.

Maar Nooteboom toont ons vooral het andere Spanje. Land van wijdse, uitgestrekte vlaktes en dorre velden vol knoestige olijfbomen. Slapende dorpjes en oeroude kerken waar bijna nooit iemand komt. Verscholen abdijen met weerbarstige dikke deuren (die krakend opengaan) en eenzame molens op rustieke bergtoppen. (Qua heremietfactor kan dat zeker tellen)

En vooral: wat een geschiedenis! In het Zuiden de Moren die de rijke Islamcultuur naar Spanje brachten. Griekse filosofen bestudeerden, glinsterende mozaïeken in elkaar puzzelden en paradijselijke tuinen aanlegden op dorre grond. En in het Noorden de Visigoten, noeste krijgers die de Romeinen verdreven, en robuuste kerkjes bouwden, verscholen in bergpassen. Christenen met een eigen mening, die uitverkoren werden door de Heilige Jacobus.

Het onvermijdelijke conflict tussen beiden brak uit en met de reconquista kwam een eind aan de Moorse cultuur in Spanje. Islamieten en ook Joden, die eeuwenlang met de Christenen in harmonie hadden samengeleefd, moesten zich bekeren of hun koffers pakken. Vele weken uit, een aderlating aan cultuur en wetenschap. Ondertussen: prachtige liefdesverhalen van gekroonde hoofden. Ferdinand en Isabella die in het geheim trouwden. Johanna, dolverliefd op Filips de Schone, en zo ontroostbaar na zijn dood dat ze waanzinnig werd.

En dan, natuurlijk, de ontdekkingsreizen, en de fatale verwarring die de Inka’s ten deel viel. Magistraal hoe Nooteboom dit “communicatieprobleem” analyseert. Het goud dat nadien naar Spanje terugvloeide werd ingezet om schitterende kathedralen en stadspaleizen te bouwen en om de rest van Europa te overheersen.

In de tussentijd gingen de Habsburgers ten onder aan hun eigen huwelijkspolitiek. Trouwen binnen de eigen clan heeft zo zijn nadelen. Schilders als Velasques legden de ondergang vast, Cervantes koos Don Quichote als symbool voor het verval van de ridderschap.

Nooteboom schrijft dat in Spanje de tijd vaak vloeibaar wordt, dat het bijna surrealistisch is, die dorre uitgestrektheid onder die brandende zon. En we begrijpen meteen ook waar Dali de mosterd haalde.

Kortom: een reisverhaal om duimen en vingers meermaals bij af te likken. Al moet je er wel wat moeite voor doen. Want af en toe schrijft Nooteboom heel barok en zijn eruditie is dermate groot dat hij heel wat voorkennis bij zijn lezers veronderstelt.

Maar wie doorzet maakt vanuit de luie zetel een schitterende reis. Tante genoot met volle teugen en voelde zich zowaar weer even de student geschiedenis die ze zoveel jaren geleden was! Meegesleept worden door prachtige verhalen uit het verleden, het kan zo heerlijk zijn!

woensdag 19 december 2012

The twenties (and thirties) oh, la la


Theetante houdt van geschiedenis en is niet éénkennig qua belangstellingssfeer. Toch zijn er tijdvakken die ze een bijzonder warm hart toedraagt. Dat ze tuk is op de Middeleeuwen, wist u al, maar ook de jaren twintig (en dertig) van de vorige eeuw hebben een streepje voor.

O, la, la: die jaren van de charleston, van korte kapsels en ditto rokken. Van jazz en lange parelkettingen! Chanel brak door, Joséphine Baker trad op en de Art Deco vierde hoogtij! Schoenen met gespjes, kokette hoedjes en stoomtreinen. Ja, een tijdreisje naar die periode lijkt tante wel wat.

Voor tante zijn die mooie jaren erg nabij, want ze is een nakomertje en dat zorgt ervoor dat haar eigen grootouders in de twenties trouwden. Hun huwelijksportretten en de babyfoto’s van tantes ouders zijn dus helemaal in die sfeer en zo kreeg ze al vroeg het design van die jaren mee. En dat werd nog eens versterkt door enkele gebruiksvoorwerpen uit die periode. Zoals het ganzenbord van Rie Cramer bijvoorbeeld, dat tante –zoals u ziet- nog steeds koestert. Zou haar voorliefde daaraan liggen?

Of heeft het meer te maken met een boek dat ze lang geleden van de ondergang redde? Toen de lokale bibliotheek Joop ter Heul wou dumpen wegens hopeloos ouderwets schoot tante ter hulp. Zij verzamelde toen al eventjes meisjesboeken uit de jaren ’50 dus dit kon er ook nog wel bij. En het bleek een gouden greep, want tante las het met veel genoegen. Ze herinnert zich nog steeds de spankelende taal, de humor en de frisheid van dit boek. Ja, ze vond het ook wel ouderwets, maar op een leuke manier en genoot van het optimisme dat Joop uitstraalde. (Goh, ik zou het echt eens moeten herlezen om te kijken of ik het nog eens ben met mijn oordeel van toen, maar als 14-jarige vond ik het nog perfect leesbaar!)

Die leeservaring had tante dus in gedachten, toen ik vorige week aan onderstaand boekwerk begon:


Deze verhalenbundel, stamt uit 1932 en wordt officieel geklasseerd onder “humoristische verhalen”, en grappig, dat is het inderdaad. Hoofdpersoon is Thérèse, Thea voor de vrienden, een meisje uit de hogere klassen die een comfortabel leventje gewend is. Ze maakt allerhande hilarische toestanden mee, en de verhalen zitten dan ook vol vergissingen, gedaanteverwisselingen en misverstanden.

Nee, het “theater van de lach” is nooit ver weg (de Kampioenen evenmin), ware het niet dat dit alles wordt verteld op een zeer spitse, ironische toon, vol goed gekozen woorden en opmerkelijke zinsconstructies. Het is dus zeker niet altijd de inhoud die telt, maar vooral ook de manier waarop. Soms op het cynische af.

Meteen krijg je ook een tijdsbeeld mee, dat niet altijd beantwoordt aan het hierboven geschetste nostalgische beeld. Het is een periode waarin de hogere klasse zich echt beter voelt dan de rest. De gewone man lijkt bijna een andere diersoort en men kan zich amper voorstellen dat “die mensen” ook gevoelens hebben. Als men dan al iets voor hen doet, is dat bijzonder neerbuigend en paternalistisch. En vooral opportunistisch, want iedereen zal het gezien en geweten hebben. Denk: grootse liefdadigheidsacties die uiteindelijk niets opleveren omdat al het geld naar de champagne is gegaan. Maar de deelnemers hebben wel het gevoel dat ze een enorm goed werk hebben verricht! Ja, ja.

Tante begon Thea gaandeweg steeds meer te zien als een soort Paris Hilton avant la lettre. Een verwend krengetje dat de wereld naar haar hand wil zetten en daar nog mee weg komt ook. Die fraai gekleed en gekapt arrogant met de minderen omgaat en geld niet naar waarde schat. En hoewel dit alles heel ironisch wordt omschreven, kreeg tante daar op het einde van het boek toch de kriebels van.

Misschien is tante misvormd door foute Amerikaanse films, maar ze had toch graag een soort turn gezien, een moment van inkeer, van nederigheid. Maar de parade marcheert onverstoorbaar verder, zonder op of om te kijken naar de schade die ze bij anderen aanricht. Noblesse oblige, blijft de boodschap, ons soort mensen werkt niet, maar zet vooral de bloemetjes buiten ten koste van anderen.

En zo bleef tante uiteindelijk met een wrang gevoel achter. En werd haar glimlach grimmig. Mmm, toch maar even een streepje Jazz opzetten?

zondag 16 december 2012

Prangende problemen ….opgelost!




Nee, nee, het leven van een moeder loopt niet altijd over rozen. Vooral de donkere dagen tussen Sint en Kerst geven nogal eens aanleiding tot gezucht en getrek. Dat zorgt voor chaotische ochtendspitsen, en zenuwslopende avondmalen: “we zijn moehoe!”

Maar kom, natuurlijk gaan we lezers met kinderwensen of moederinstincten niet ontmoedigen. Dat zou niet alleen onterecht, maar ook bijzonder gemeen zijn, zoniet doortrapt. Opdat u een toekomst met kroost alsnog zou overwegen gaat tante u tips verschaffen aangaande drie prangende kwesties in het leven van een hedendaags ouder. Bovendien geeft ze de oplossing in één klap! Als dat geen service is, dan weten we het niet meer.

Goed, beginnen met het schetsen van de volgende problematische contexten:

1. De kidsdisco: goede voornemens ten spijt, vroeg of laat beland je als moeder aan de zijlijn van een kinderparty. Waar de kinderen vreugdevol rondhossen op foute beats en erbarmelijke teksten nabrullen, vaak begeleid door ernstig simplistische dansjes. Ten behoeve van de mensheid, de wereldvrede en de voortgang der cultuur vraag je je dan terdege af op welke manier je je kids ooit nog kunt interesseren voor meer oorstrelende muzikale expressievormen.

2. De schermen: een wat verstrooide en niet zo oplettende ouder heeft het misschien niet meteen in de gaten, maar wie de kroost nauwlettend observeert merkt dra dat de spruiten gaarne de hele dag voor een scherm zouden doorbrengen. Zij zijn echter wel zo slim om flexibel te zijn wat de vorm van het scherm betreft: een TV, een computer, een tablet of de Wii: het is eindeloos laveren tussen deze instrumenten. Wanhopig zucht tante dan wel eens dat er niet bij alles beelden hoeven te zijn, en dat het soms gewoon veel fijner is om de beelden zelf te bedenken. Ogengedraai van de theekopjes als gevolg!

3. De autoritten: de nachtmerrie van iedere ouder. Een lange afstand afleggen met gejengel op de achterbank. En dan vooral van die fijne, diepgravende discussies à la “Hij begon”, “Nee zij”, “Nietes”, “welles”. Uiteraard valt er met zakken snoep nog wel het een en ander te bewerkstelligen, maar om parelende glimlachen in de toekomst niet helemaal uit te sluiten, dienen er andere oplossingen ten worden gezocht.

En dan nu tadadadadadada de oplossing voor al deze miserie:


De heerlijke hoorspelen van het geluidshuis zijn absolute topklasse! Het taalplezier spat ervan af, net als de liefde en de inzet waarmee deze Cd’s zijn gemaakt. Een sprookje van Andersen vormt telkens het uitgangspunt, maar krijgt een fantastisch nieuw jasje aan. Vol met leuke liedjes, spitse dialogen, hilarische vondsten. En telkens met een hele resem toptalent van Vlaamse bodem (enig minpuntje: als er Nederlanders meedoen zijn dat doorgaans de schurken of, eh, strontvliegen…)

1. In “De Vlo en de professor” duiken we in de wereld van de variété, ontmoeten we stewardess Sabina (sic) met een hilarisch Kempens accent en belanden we op een feministisch eiland waar iedereen Awoe! roept. Bijna verdwijnt de professor in een vulkaan, maar gelukkig overleven alle 50 vlooien deze dreigende catastrofe en worden ze uiteindelijk “Big in de Showbizz!”.

2. In “De mestkever” zoeken we de ware liefde onder de insecten. We maken er kennis met de Antwerpse modegoeroe Paris (“schoonheid zit van binnen….in je kast”) en steken er deze geweldige levensles op: “ge zijt wie ge zijt wie ge zijt!”

3. In “De Bremer stadsmuzikanten” (momenteel door tante op onsubtiele wijze opgedrongen aan een collega) brengt Helmut Lotti een ode aan de Bratwurst en beseffen we plots dat zowel wakkere als moeie koeien “moe” zeggen: je kunt er dus niet van op aan!

Kortom: menig lange autorit is ondertussen al opgevrolijkt met een hoorspel. De theekopjes hielden hun snavel of zongen harmonieus mee op de achterbank. En passant hoorden zij ook eens andere instrumenten dan elektronische beats en kregen ze sprankelende teksten mee. Bovendien verzinnen ze zelf de beelden bij het verhaal (en de choreografie bij de liedjes). En elke keer ontdekken we weer een nieuw taalpretje, een nieuwe kwinkslag of een verborgen hint, zodat groot en klein ook na de tiende keer nog blijven grinniken (een prestatie: tot dusver kon alleen Friends dat teweegbrengen bij tante!)

Lange ritten (of saaie avonden) voor de boeg deze kerstvakantie? Kies dus gerust voor een heerlijk hoorspel. En daarvoor hoeft u trouwens heus geen kinderen te hebben.

{Huishoudelijke mededeling: kunnen Bettina en Pepper hun adres nog even mailen naar tante? Merci! }

woensdag 12 december 2012

Tante voelt zich freule!



Ja, het zijn weer drukke dagen ten huize theetante. Zo zijn er op het werk nog ettelijke losse draadjes die nog even moeten worden vastgeknoopt. De theekopjes hebben toetsen. En ook zijn er optredens van zangkoren en andere muzikale uitspattingen. De poezen willen buiten, nee binnen, toch weer buiten, goh nee, graag binnen, en theetante zelf wil nog een paar klusjes klaren voordat ze achterover kan leunen tijdens de feestdagen.

Hoe noemen ze dat? Spitsuur? Maar gelukkig heeft tante wel een bijzonder rustpunt deze dagen, namelijk: het Grote Kerst Kaarten Project (mét hoofdletters). Zelf getekend, zelf gestempeld, en met heel veel liefde ingekleurd en beschreven, met vulpen natuurlijk.

Ja, wat post betreft is tante echt een beetje ouderwets. Een brief schrijven vraagt meer tijd en inspiratie dan even snel een tweetje placeren of een mailtje tikken. Bedachtzaam zoeken is het naar mooie woorden, rake zinnen, persoonlijke knipoogjes. Papieren brieven maken vriendschap toch letterlijk even heel tastbaar. En met een beetje geluk gaan ze veel langer mee dan een virtueel kerstmailtje.

Ja, zo schrijvend bij kaarslicht en met een extra lekker kopje thee binnen handbereik, voelt tante zich bijna een freule uit de jaren ’20. (Zelfs al heeft ze geen parelketting om en zijn dienstmeisjes en ander personeel ver te zoeken). Even rust, even wat langer mijmeren, het kan zo heerlijk zijn, zeker in drukke dagen.

En dus voelde tante zich beslist thuis in het zeer vlot leesbare boek dat de voorbije dagen haar leven deelde:




Hoe was het om anno 1900 op stand te leven? Welke geschreven en ongeschreven regels speelden er mee? Wat droeg men in die dagen? Wat stond er op tafel? En, hoe zat dat nu eigenlijk met de was en de plas? Op al deze vragen geeft dit boek een boeiend en goed gestoffeerd antwoord.

De auteur baseert zich op een rijke waaier aan bronnen. Romans uit de periode 1900 en 1940 vormen de hoofdmoot. Aangevuld met brieven, interviews en etiquetteboeken. De historica in theetante heeft af en toe wat vragen bij bronnenkritiek en –selectie, maar de lezeres in haar zat gewoon te smullen (en is dat niet het voornaamste?)

Je krijgt vooral een beeld van een tijd waarin rijke dames op stand zich zonder moeite te pletter konden vervelen. Veel gebeurde er niet, en zelf hadden ze ook niet zo erg veel om handen. Zo konden ze makkelijk de hele morgen in negligé op de sofa blijven hangen, om zich dan in de namiddag in strakke corsetten te laten insnoeren. Met opgestoken haar, grote hoeden en parasols legden zij beleefdheidsbezoekjes af bij collega-freules (nooit langer dan 20 minuten). Op andere dagen ontvingen ze zelf en schonken dan persoonlijk thee uit zilveren kannen. Allemaal beschaafd en beheerst, uiteraard, want: “Men moet zichzelf beheersen opdat men anderen beheersen kan”.

Nee, men haast zich niet als men op stand leeft. In tegendeel: “wie zich haast heeft iets verkeerds gedaan, of is personeel”. Dames van stand schrijden plechtig verder en blikken uit de hoogte neer op het ongewassen volk. Zij bewaarden voorraden thee achter slot en grendel en zetten al hun creativiteit en energie in voor verjaardagsfeesten en kerstdagen. Momenten om even uit de sleur te ontsnappen.

En hoewel tante zat te glimlachen en instemmend zat te knikken van plezier, zou ze niet willen ruilen. Dan liever een druk leven, waarin er veel gecombineerd moet worden, maar je als vrouw toch je mannetje kan staan. En zonder corsetten, goddank!

Maar één ding is toch wel jaloersmakend: de dames kregen vijf keer per dag post! Handgeschreven en verzorgd. Hoe fijn!

Wil u zelf ook graag eens post van tante freule ontvangen? Grijp uw kans, want dit eindejaar stuurt ze twee kerstbrieven naar lezers van de blog. Geef tot zaterdag 15-12 een seintje en een onschuldig theekopje zal bepalen op wie de keuze valt!

vrijdag 7 december 2012

Wortels


Ah! Denkt u nu, en u wrijft zich in de handen. Een blogje over schoentjes zetten, en voedsel voor het paard van Sint. Over hoe men in Vlaanderen ook pintjes aan de goedheilig man serveert (en zo menig zatte piet op zijn geweten heeft).

Toch heeft u maar gedeeltelijk gelijk, want dit blogje gaat over andere wortels. Over de roots van theetante, ja, ja. Die komen in Sinterklaastijd namelijk weer behoorlijk opzetten. We verklaren ons nader.

Tante is namelijk Nederlands (stilte, ik begrijp het). Normaal gezien heeft ze daar niet zo’n last van. Ze doet een beetje raar op 30 april, en met kerstmis wil ze altijd tulbanden bakken. En een paar keer per jaar MOET ze een voorraad drop inslaan en ook haar tekort aan vrolijke hagelslag bijwerken.

Maar verder houdt ze zich in hoor: geen oranje voetbalfeesten bij tante, en ook haar woordenschat is ondertussen al voldoende vervlaamst om niet al te zeer in de kijker te lopen. Ze roept geen “Doei!” , zegt “microgolf” tegen de “magnetron” en serveert zelden pindasaus. (alleen blijft ze het halsstarrig hebben over “theedoeken”, maar dat begrijpt u vast). Nee, dat valt allemaal goed mee (om een Vlaamse uitdrukking te bezigen).

Alleen als de Sinterklaastijd aanbreekt, dan spelen de roots in alle hevigheid weer op. Dan wil ze gedichten schrijven, pepernoten eten, borstplaat verorberen. Dan wil ze luidop zingen en lotjes trekken. En als het even kan een surprise in elkaar knutselen. De bibliothecaris is ondertussen al mee in dit verhaal en kan na al die jaren ook heel goed dichten. En sinds een jaar of twee heeft tante ook haar kookclub bekeerd. Zo kan ze weer genieten van pakjesavonden vol letterpret, snoeperij en gluhwein: hik.

En zo is tante dus een Hollandse Vlaming, of een Vlaamse kaaskop. Want, ja, die wortels, je denkt dat je zonder kunt, maar ondertussen. Op bepaalde momenten zijn ze best wel dominant. En laat dat nu net het thema zijn in het boek dat tante deze week las.




David, de hoofdpersoon, is ervan overtuigd dat afkomst er helemaal niet toe doet. Je moet niet vragen waar iemand vandaan komt, maar waar hij naartoe wil, is zijn motto. Van een boom zijn de takken toch ook veel interessanter dan de wortels? Zij reiken tenminste naar de zon.

En dus heeft David zijn Joodse afkomst afgezworen. En ook zijn Engelse vrouw, Emma, heeft met haar roots (vooral dan haar moeder) gebroken. Zij kijken alleen vooruit en nooit achterom.

Maar dan komt hun dochter Zoë met een Pakistaanse vriend thuis. David en Emma willen hier politiek correct op reageren, maar werken zich zo vol goede bedoelingen helemaal in de nesten. Plots merken ze dat het niet zo makkelijk is om helemaal aan je roots te ontkomen. Want moeten ze nu wel of niet zeggen dat David Joods is? En hoe zat het weer met de relaties tussen de Britten en de Pakistanen? Juist door erom heen te draaien maken ze het zichzelf en hun dochter onmogelijk moeilijk

Een boek dus met een boeiende thematiek. Maar was ik er weg van? Neen. Ik denk dat er betere boeken zijn geschreven over identiteit, gespletenheid en multiculturalisme. Vooral naar het einde toe raakte tante wat vermoeid door het gefilosofeer.

En zo heeft tante alweer een week achter de rug vol matige boeken. Het lijkt een soort vloek! Of is ze zelf gewoon een beetje te moe? Duimen maar dat er volgende week beter leesvoer op haar pad komt. Anders moet ze toch haar hoop stellen op de kerstman (en dat is toch eigenlijk not done!)

zaterdag 1 december 2012

Vlekkeloos?




We gaan er geen doekjes om winden: theetante leidt geen vlekkeloos bestaan. Ze doet haar best, dat wel, maar slaagt er zelden in kraaknet te blijven. Is het enthousiasme? Is het verstrooidheid? Menig vlek is haar deel. Ze huldigt dan ook de leuze: “als we maar proper binnen komen”. En ze is bijzonder creatief in het camoufleren van ongelukjes: gekke broches en grote sjaals zijn haar beste kameraden!

Nu moet u ook weer niet denken dat tante er als een smeerpoets bijloopt. Dat de theekopjes met ongewassen snoetjes van huis vertrekken of dat zij rondschrijdt in morsige gewaden en met ongekamd piekhaar. Het valt best nog wel mee met tante. Maar het is wel opletten geblazen met sausjes! Met verf! En met inktkussens.

Nu huldigt tante daarbij het standpunt: we doen tenminste iets. We maken een tekening, we koken soep, we knoeien met waterverf. En dat is beter dan nietsnutterij. Dat er dan enige “collateral damage” optreedt is jammer, maar niet onoverkomelijk.

Dat zou inderdaad kloppen, ware het niet dat tante niet bepaald een kampioen is in het vlekken oplossen. Wijze raad van moeder en schoonmoeder ten spijt, de strijd tegen de vlekken blijft hard. En bitter. Misschien moet tante toch maar eens een vlekken-app installeren op de smartphone?

Vroeger had je daarvoor vlekkenboekjes, vlekkentips in de krant, en vlekkenlijstjes. En die handige poets-spiratie speelt een sympathieke bijrol in dit boek:




De auteur moet in een moeilijk opdracht aanpakken: namelijk het leegruimen van het ouderlijk huis na de dood van zijn moeder. Geen sinecure, want je kunt niet alles bewaren. Wikken en wegen dus: wat nemen we mee en wat verdwijnt voorgoed?

Eén van de zaken die de actie overleven is een oud schriftje met vlekkentips. Blijkbaar in de jaren dertig door vader opgestart en ijverig bijgehouden. De lectuur ervan voert ons naadloos terug naar een tijd waarin kosten nog moeiten werden gespaard om zaken te repareren, te herstellen en weer zo goed als nieuw te maken. Gebroken oortjes van theekopjes werden gelijmd (ach!), barsten verdoezeld en vlekken werden bestreden. Wij doen doorgaans minder moeite, maar vervangen een beschadigd voorwerp gewoon. Sokken stoppen? Dat heeft tante bijvoorbeeld nooit gedaan (het verwende nest).

Aan de hand van dergelijke voorbeelden weet Matsier de sfeer van de jaren ´50 goed op te roepen. Het nostalgie-alarm van theetante dreigde wel even af te gaan, maar gelukkig werd op tijd ook gerelativeerd: de fifties waren niet die oase van rust en gezelligheid die we er soms van maken.

Het boek is niet zozeer één verhaal, maar eerder een collage. Met sterke punten maar ook passages die tante minder konden bekoren. Naar het einde toe raakt de auteur in een depressie en tante bijna ook, de zin om te lezen was een beetje over.

Geen vlekkeloos parcours dus, maar zeker goed genoeg om nieuwsgierig te zijn naar de andere boeken van Matsier. Want hij is wel bijzonder onderlegd in het verknopen van herinneringen aan gewone voorwerpen. En dat vindt tante bijzonder boeiend!

PS. Tante heeft deze week weinig gelezen, dat wil zeggen weinig inspirerends. Een soort leesdip wellicht, maar ze heeft maar liefst drie boeken na elkaar zuchtend van zich afgeschoven. Radeloos werd ze ervan. Gelukkig had ze wel een leuk projectje om zichzelf even af te leiden: ze maakte een adventskalender voor de theekopjes, vol met quality moments en voorleesstondes. Dat wordt dus heel gezellig aftellen naar kerstmis!


Enne, ook deze stempelpret is niet vlekkeloos verlopen, helaas!