maandag 25 maart 2013

Ijzig




Kijk eens goed! Zo mooi kan ijs zijn. Tante kreeg dit parelende klompje zomaar cadeau aan haar raamkozijn! Wat een geflonker en geschitter. Een klein applausje was wel op z'n plaats.

Doch, wat een teleurstelling voor menig andere sneeuwvlok! Waar hun collega’s bij tante op groot gejuich werden onthaald, viel hen hoongelach ten deel. Misprijzing. Gebalde vuisten. En ze deden nog zo hun best. ’t is zielig.

Nu is tante de ijstijd ook wel beu hoor. En zou ze liever zitten soezen in de lentezon. Maar zij is er zo eentje die niet bij de (sneeuw)pakken gaat neerzitten. Maar die zich dan afvraagt: wat doet het met een mens om steevast in de kou te zitten? Word je daar dan zelf ook een tikje ijzig van? 

Daarom vandaag eens een auteur uit Ijsland onder de loep genomen: Olaf Olafsson. Reeds bejubeld door Anna, en met betere geloofsbrieven kan een auteur nauwelijks komen. We waren dus zeer benieuwd.



Petur Petursson is een Ijslander die tijdens de Tweede Wereld oorlog naar New York verhuisde en sindsdien amper naar zijn roots is teruggekeerd. We leren hem kennen als hij oud, verbitterd en knorrig is geworden. Tijd om zijn leven af te sluiten.

Maar er knaagt iets aan hem. Een “kleine misdaad” die hij jaren geleden beging. Die iets te maken heeft met zijn grote liefde. Die hem noopte de benen te nemen naar het verre Amerika. En die ervoor gezorgd heeft dat hij zijn familie in Ijsland slechts één keer heeft teruggezien.

Een misdaad die hij nog lang niet vergeten is en die zijn leven heeft vergald. Weg was zijn passie en zijn onschuld. Sindsdien telt voor hem alleen nog het werk. Poen scheppen, hard en meedogenloos. En vooral niet terugdenken aan Ijsland. Zijn vrouw en kinderen verwijt hij hebzucht en ijdelheid, maar ze hebben het duidelijk niet van een vreemde.

Neen, niet bepaald een zonnetje in huis, die Petur (oftewel Pete zoals hij zich is gaan noemen). Hij heeft zich met een huishoudster verschanst in een appartement en weigert elk contact met zijn kinderen. Wel schrijft hij flarden van zijn voorbije leven neer. Korte fragmenten, puzzelstukjes waar je als lezer veel plezier mee hebt. Want aanvankelijk heb je nog het raden naar de juiste volgorde.

Na zijn dood worden de stukjes tekst gebundeld en vallen in handen van een andere Ijslander. En die raakt geboeid door dit vreemde leven en wil weten hoe de vork in de steel zit. Hij trekt op onderzoek uit en komt, natuurlijk pas helemaal op het einde, te weten wat die kleine misdaad nu precies inhield.

Een fantastisch boek. Niet omwille van de charmes van de hoofdpersoon (ijzig is inderdaad het woord), maar wel door de subtiele spanningsopbouw, die je meesleept. Flash backs en flash forewards zijn nauwkeurig geplaatst, zodat je steeds sneller begint te lezen. De schrijfstijl is prachtig en er staan ook heel wat zinnetjes in om in te kaderen. Maar bovenal is het een prachtig en ontroerend verhaal over de zinloosheid van een vergooid leven. Schrijnend, maar mooi.

Kortom: echt een ontdekking, die Olaf. En zo zie je maar, uit Ijs(land) kan ook iets goeds voortkomen! Maar dat neemt niet weg dat het zonnetje ook welkom is!

PS. Een andere recensie van dit boek lees je bij de wraak van de dodo

woensdag 20 maart 2013

Vier de rivier!




Laat ons eerlijk zijn: theetante is niet zo dol op water. Ja, wel als ingrediënt voor een heerlijk kopje thee natuurlijk, of verstopt onder het schuim van een geurig warm bad. Maar verder loopt tante niet over van enthousiasme voor H2O. Sterker nog: tante was jarenlang dat meisje dat stond te huilen op de rand van het zwembad en weigerde te water te gaan.

Niet bepaald een waterratje dus. En dat zal wel verklaren waarom zij doorgaans klaterende bergbeekjes, bruisende watervallen of kolkende stromen negeert. Voor tante geen vakanties aan tropische stranden. En ook haar interesses in sporten als raften of kajakken zijn beperkt. Men zou eens nat kunnen worden. Jakkes!

Niet dat ze waterlopen angstvallig nu mijdt, maar ze heeft er gewoon geen aandacht voor. En dat is geheel ten onrechte, zo bleek deze week bij het lezen van dit bruisende boekje:



Olivia Laing zat in een dip en liet zich op sleeptouw nemen door de rivier de Ouse. Haar zomerse tocht langs het water begon bij de bron en eindigde bij de monding van de rivier. Zo maakte ze een boeiende reis door de natuur en de geschiedenis. Want het water baant zich niet alleen een weg door sappige velden en zompige moerassen, het stroomt ook door heel wat rijke historie heen. Enkel voor wie oplet natuurlijk. En dat doet Olivia.

De Ouse is vooral bekend als het water waarin Virginia Woolf zichzelf heeft verdronken. Geen toevallige keuze, want de rivier speelde ook op andere momenten in haar leven een bepalende rol. Ook die andere grote schrijfster, Iris Murdoch, had een band met de rivier. Olivia gaat uitgebreid in op hun leven en liefdes, en dat levert boeiende verhalen op!

Maar in de buurt van het rivier vonden ook kletterende middeleeuwse gevechten plaats. Die koningen in het stof lieten bijten en de geschiedenis veranderden. En dan zijn er ook nog heel wat spannende verhalen over negentiende-eeuwse amateur archeologen. Die in de buurt van de rivier dinosaurusbotten opdiepten en met moeite de academische wereld konden overtuigen van de echtheid van deze vondst. Of die juist heel erg geloofd werden, huldeblijken ontvingen en later toch werden ontmaskerd als snode vervalsers (smullen maar)

Je leert ook heel wat bij over de kracht van rivieren. Die hun weg door het landschap zelf kiezen, ook al doet de mens zijn best hen te kanaliseren. Die overstromen en ellende veroorzaken, maar die ook een thuis zijn voor kleine dieren en onverwacht mooi onkruid.

En zo kabbelt het boek aangenaam voort, heen en weer schipperend tussen de soms erg banale belevenissen van Olivia, uitgebreide natuurbeschrijvingen en interessante portretten van historische figuren. Op een aantal plaatsen doet het boek vooral naar méér verlangen (en elders ook naar minder informatie – bijvoorbeeld over de vergroeide teennagels van de auteur)

Tante las dit boek omdat Kim het haar zo aanraadde: ze noemde het zo mooi (en terecht)“slenterliteratuur”. En hoewel tante zo haar twijfels blijft houden over de kwaliteit van het werk, moet ze toch vaststellen dat ze sindsdien met meer belangstelling naar rivieren en kanalen kijkt. Want, het zijn echte persoonlijkheden, met een eigen wil, ene eigen leven en geschiedenis. Neem dus zeker een duik in dit boek, het is in elk geval verfrissend!

PS voor de echte rivierenfreaks: beluister ook eens de reeks “de rivieren” die radio Klara een paar jaar geleden uitzond en die, net als in het boek, rivieren volgt vanaf de bron tot de monding. Boeiende en goedgemaakte programma’s over de vier grote rivieren van de lage landen! Om slenterend te beluisteren op wandel langs een rivier?

donderdag 14 maart 2013

Tijd om te lanterfanten!




Ooit, heel lang geleden, was er eens iemand (ik denk een mannetje) die de behoefte voelde om de tijd te gaan meten. “Zonsopgang en zonsondergang is allemaal mooi en aardig”, dacht hij, “idyllisch en beslist romantisch, maar wat kóóp ik daar nu voor? Het is ook zo lastig afspreken met vrienden (wanneer kom je? Oh, als de zon een beetje rood begint te kleuren???) En bovendien is het excuus “o, is het al zo laat, ik moet nu echt gaan” héél ongeloofwaardig, momenteel. “

En dus bouwde dat mannetje (vast een gluiperig en onsympathiek schepsel) een klok. Grinnikend wreef hij zich in de handen: controle van de medemens was zijn deel! Want ja, nu konden de stadspoorten op vaste tijdstippen open en dicht, kon de markt op klokvast beginnen en kon ook de inspanning van arbeidskrachten gemeten worden: “Kom op jongens, niet zeuren, dat wandtapijt moet binnen een uur af zijn.”

Met de komst van de klok was het hek van de dam, en vandaag de dag worden we meer dan ooit door de klok geregeerd. En die klok staat nooit stil. Er zijn altijd mails, steeds tweets en ongetwijfeld constant nieuwe facebookitems om te checken. Neen, men hoeft zich tegenwoordig niet te vervelen!

En eigenlijk is dat behoorlijk jammer, meent Joke Hermsen. Want vervelen is essentieel om te herbronnen. Naast de kloktijd bestaat er immers ook een andere tijd. Minder rationeel en economisch productief. Tijd van stilte, verandering en creativiteit. Een andere dimensie dus om niet uit het oog te verliezen. En daar zijn heel wat argumenten voor, zo blijkt uit dit boek:


Misschien meteen even meegeven: dit is geen eenvoudige kost! Geen boekje om even snel, snel door te bladeren. Maar iets om je in te verdiepen, om te herlezen, uit te spitten en lang over na te denken. Al lummelend op de bank met een kop thee.( Terwijl anderen denken dat je je tijd aan het verdoen bent omdat je naar de wolken staart).

Hermsen definieert de kloktijd als de tijd van het meetbare, economische, controlerende en praktische denken . Tijd van orde, controle en voorspelbaarheid. Nu kan regelmaat best fijn zijn, maar als je niet oppast monden wetmatigheden en herhaling uit in verstarring. Nieuwe ideeën, nieuwe energie moet de mens elders halen: uit dagdromen, kunst en literatuur en uit de natuur. Allemaal domeinen waar de economische tredmolen het niet voor het zeggen heeft. Af en toe eens niet op je horloge blikken, en het eeuwige geruis even dimmen, is dus broodnodig.

Vandaag dreigen we dat een beetje te vergeten en de tijd te reduceren tot de kloktijd. We laten ons opjagen door de gedachte dan we steeds productief moeten zijn (ledigheid is des duivels oorkussen!) En zo zijn we een beetje bang geworden van rust en stilte: zelfs onze vrije tijd plannen we helemaal vol. En dat is gevaarlijk, stelt Hermsen, want werd vroeger al niet gezegd dat tirannen ervoor zorgden dat het volk altijd bezig was, zodat ze niet zouden nadenken? En als er geen kritische vragen meer gesteld worden, komen we dan niet in een barbarij terecht?

Creativiteit, herbronning en vernieuwing zitten in die tweede, onderliggende tijdstroom, die van het doelloze, belangeloze en dus niet economisch productieve denken. En dat hadden heel wat filosofen en kunstenaars al begrepen. In het boek komen filosofen als Bergson, Arendt en Bloch aan het woord, zij legden de theoretische basis voor dit tweeledige denken. Maar ook schrijvers als Proust en Virginia Woolf doken inituïtief onder in die tweede, tragere tijdstroom om daar inspiratie te vinden. Hermsen gaat uitgebreid in op de tijdsdimensies in hun werk. 

Heel indrukwekkend is ook het hoofdstuk over de schilder Rothko, die stelde dat kunst de volumeknop van het leven wat zachter kan zetten. Zo ontstaat er ruimte om na te denken over wat tijdloos en dus essentieel en waardevol is. Echte kunst is dus niet ontspannend, maar juist veel werk voor de toeschouwer, omdat het ons dwingt onze visie op de wereld te herzien. Daarin verschilt kunst van entertainment: dat ons juist van de wereld wil afleiden en ervoor wil zorgen dat we ons geen vragen meer stellen (brood en spelen, weet u nog).

Als de mens niet wil verstarren en verharden, moet hij dus op tijd en stond eens onderduiken in die andere dimensie.   Hermsen pleit er echter niet voor om de kloktijd volledig los te laten.( dat is ook bijna onmogelijk, tenzij u van plan zou zijn u in de woestijn terug te trekken als pilaarheilige) Maar een betere balans zoeken tussen rationele tijd en rust is beslist nodig. Omdat even afstand nemen nieuwe perspectieven oplevert. 

Kortom, beste mensen, gelieve meer te lummelen, te lanterfanten en te luilakken. En ondertussen na te denken. Afstand te nemen.  Uzelf en de wereld worden er beslist beter van! Maar wie af en toe een boek leest, zoals u, die is al goed op weg!

PS. Andere bloggers gingen theetante voor. Joke had bijvoorbeeld moeite met dit toch wel taaie boek. En Hannie merkt in een heel interessant blogbericht op dat te veel verveling en te weinig regelmaat ook niet goed zijn voor een mens. Op naar de gulden middenweg dus!

maandag 11 maart 2013

Boekbloggers lezen Japin




Het moment waarop de nieuwslezer zegt: “de volgende beelden zijn niet geschikt voor gevoelige kijkers”. Dan weet tante genoeg: wegzappen of weghollen is de boodschap. Want hoewel huilen voor de televisie louterend kan zijn (o, memories en spoorloos!) het wereldleed kan tante dermate schokken dat ze ineenschrompelt tot een bibberig, ellendig hoopje mens. Zo eentje die al het leed op haar schouders torst. Daarom is ze dankbaar voor begripvolle nieuwslezers die haar daarvoor behoeden.

Er valt veel voor te zeggen om het predicaat “niet voor gevoelige zielen” ook op boeken toe te passen. En dan zou het boek dat tante zojuist dichtklapte als eerste een dergelijke sticker verdienen. Want, man, man, man, wat een hartverscheurende narigheid. Zo erg, dat ondergetekende heeft zitten huilen. Met stille, dikke druppels. Een type janken van de meest verwoestende soort. Doffe ellende was haar deel.



Dit boek gaat namelijk over het gortige, jarenlange misbruik van een meisje, Zonne. Ze kan pas ontsnappen als ze doorbreekt als zangeres. Nu alle ogen op haar gericht zijn, is ze veilig. Maar dan heeft haar stiefvader het gemunt op haar nichtje. En Zonne zal er alles aan doen om te voorkomen dat hij haar in handen krijgt.

Japin slaagt erin om haar gevoel van machteloosheid feilloos op de lezer over te brengen. Beklemmend en loodzwaar. Weten dat je altijd wordt bekeken en nergens kunt schuilen. De  steeds perversere eisen van haar stiefvader, slaan Zonne bijna lam. Bijna, inderdaad, want ze vindt uiteindelijk een haast bovenmenselijke kracht om hier bovenop te komen. Om wel van het leven te genieten en ervoor te zorgen dat hij naast haar verleden niet ook nog haar toekomst verwoest.

Maar voordat het zover is overspoelt Japin ons bladzijden, ja hoofdstukken lang met de meest vreselijke details over het misbruik. Dreigend. Beangstigend. En tante wou het eigenlijk niet weten. Tegenstribbelend las ze verder, met een haast lichamelijk gevoel van aversie. Ze vroeg zich af of ze laf was. Of ze haar ogen wilde sluiten voor ellende en zich  eigenlijk alleen maar wil spiegelen in pastelkleurige wereldbeelden. Maar, dat klopt niet, denkt ze, ze wil het niet ontlopen, maar al die details hoeven voor haar nu ook weer niet.

Japin is in dit boek ook op andere punten nogal expliciet.  Zo legt hij de clou “uiteindelijk besefte ze dat het juist veilig is als iedereen je ziet” er veel te dik op. Hij herhaalt dit zo vaak, dat het voor tante wat begon te irriteren (ja, ja, ik weet het wel). Ook vat hij voor het gemak van de lezer af en toe even samen wat er pakweg dertig pagina’s eerder gebeurde. Ja, dat hoeft dus echt niet voor tante, die een oplettende lezer is, pen en papier in de aanslag.

Voor haar is het juist een uitdaging om zelf verbanden te zoeken, linken te leggen. De centrale boodschap mag voor haar wat verborgen blijven en er mogen echt wel losse eindjes zijn. Suggestie is vaak heel wat interessanter dan alles haarfijn uitleggen. Maar in dit boek is alleen het einde open, verder worden alle eindjes (bv. De rol van de zanglerares) keurig ingestopt. Jammer, want zo boet het boek aan kracht in.

Het was dus een vreemde leeservaring. Zelden een boek met zoveel weerzin gelezen. Maar toch ook niet weggelegd. Want Japin schrijft vlot en sleept je mee. Ook al is de stiefvader echt een karikatuur, de dreiging die er van hem uitgaat komt aan, en hard ook. En je wordt benieuwd hoe het meisje is kunnen ontkomen.

Tante las dit boek voor de boekbloggersleesclub. Ook anderen zullen de komende dagen laten weten wat ze van dit boek vonden. Zo las ze al dat Judith fan is van Japin, maar ook vond dat dit boek te gedetailleerd is. Plien zal niet snel weer een boek van Japin lezen. Annelies beet door en is wel gewonnen van het rauwe realisme van Japin. Maar Inges hart heeft hij niet gestolen!

Een overzicht van alle recensies van de boekbloggerclub is hier te vinden. Nu nog even de leesclubvragen:


- Past de cover bij het boek en vind je hem mooi?

De cover heeft mij boos gemaakt, erg boos! Waarom staat er een slanke vrouw op? Zonne in het verhaal is namelijk een imposante dame, en die lichamelijkheid is ook haar kracht. In het begin van boek vergelijkt ze zich met een vruchtbaarheidsbeeldje uit de prehistorie: zonder gezicht, zonder benen om weg te lopen, zonder armen om zelf iemand te koesteren, maar gereduceerd tot haar vrouwelijkheid. Een treffend beeld, dat veel beter op de cover had gepast. Maar, ja, dat verkoopt waarschijnlijk niet.

- In welk personage kon je je het beste vinden, waarom?

Inleven in dit boek is haast onmogelijk. Omdat het zo extreem is. Maar ook omdat je jezelf wil afschermen van al het leed. Ik denk wel dat het feit dat ik zelf een dochter heb, ervoor heeft gezorgd dat ik met totaal onbegrip naar de moeder in dit boek heb gekeken. Hoe is het mogelijk dat zij niet als een leeuw voor haar kinderen vecht? Hoe murw was zij? Ik heb tijdens het lezen van dit boek mijn eigen dochter nog eens extra lief toegedekt en een klein kusje op haar lieve neusje gegeven!

- Wat sprak jou het meest het minst aan in dit boek?

Ik vond dit een akelig boek. In die zin dat ik er veel te gevoelig  voor ben. Maar tegelijkertijd is het knap dat een auteur de lezers zo kan meevoeren in de beklemmende onmacht van Zonne. Ik lees de andere boeken van Japin graag, maar dit onderwerp was er voor mij gewoon te veel aan.