dinsdag 26 november 2013

Sttttt studie

Het was de voorbije weken weer alle hens aan dek. We spoorden door het hele land, vergaderden, woonden studiedagen bij (ontdekten een nieuwe theesoort) en verstrekten advies. En tussen de bedrijven door trachtten we ook nog eens de stroom werkmailtjes in te dammen.Voeg daar aan toe:
  •  Een wel erg blijde kinderschaar, wiens hartjes deze Sinterklaasdagen vol verwachting klopten (en wiens schoenen moesten worden gevuld). 
  • Een duo katachtigen dat deze week ontdekte dat
    • 1) het erg fijn is om na een regenbui uitvoerig te worden afgedroogd 
    • 2) appelcake (vers gebakken voor het bezoek) heerlijk smaakt 
    • 3) een wasmand met pasgestreken linnengoed een ideale kattenmand is.

Oooh makkers, staakt uw wild geraas! Want ja, op dergelijke ogenblikken wil een mens wel eens weemoedig terugblikken op verloren dagen. Toen we nog studeerden bijvoorbeeld en we amper verantwoordelijkheden hadden. Toen we alle dagen nieuwe dingen ontdekten en onze hersentjes knetterden van de pret. Toen we ons nog volop konden verdiepen in één bepaalde kwestie en daar 's avonds met vrienden ellenlang over door konden bomen, bij pot en pint. Hevig discussiërend en wereldverbeterend. Ach, die mooie studententijd!

Het boek dat ik deze week (op de trein van hot naar her) las bracht die periode weer even helemaal tot leven. Het leven aan de universiteit. Met alle vrijheid en het continue plezier om nieuwe dingen te ontdekken. Maar ook met alle onzekerheden van dien. Want na de studie start het echte leven en dat was inderdaad best wel even een uitdaging.

Eugenides weet dit helder te schetsen in een prachtig boek over hoe moeilijk het leven kan zijn als je net bent afgestudeerd en je alles zelf aan de lijve moet ontdekken. Een baan zoeken en houden, een relatie verder uitbouwen, een huishouden runnen, en de eerste compromissen sluiten met de werkelijkheid.

Eugenides' werk wordt wel eens vergeleken met De correcties van Franzen. Disfunctioneel Amerika, weet u wel, de duistere zijde van de nette burgerij. En daar zit wel wat in, want ook in dit boek hebben mensen vreemde trekjes. Een hoofdrol is bijvoorbeeld weggelegd voor iemand met een zware bipolaire stoornis, wat soms grappig, maar vaker nog diep treurig is.

Franzen blinkt uit in de ironische aanpak en in echt immorele personages die enkel aan zichzelf denken. Bij zijn correcties en  de vrijheid heb ik veel gegrinnikt, maar ook vele keren meewarig het hoofd geschud bij zo'n flagrant gebrek aan medeleven. Eugenides daarentegen trekt volop de kaart van de empathie. Hij houdt van zijn personages en dat voel je. Zo brengt hij hun zoektocht naar de ware liefde of het ware geloof op een begripvolle, haast tedere wijze in beeld. Zonder hen ook maar één keer belachelijk te maken. Maar wel met oog voor grappige momenten. Waar de figuren van Franzen bijna karikaturen zijn, maakt Eugenides er mensen van vlees en bloed van.

Zo is er Mitchell, die een wereldreis maakt in de hoop het ware geluk te vinden in een religieuze secte. Hij trekt van de ene kerkgemeenschap naar de andere, wanhopig op zoek naar zingeving en rust. Madeleine dreigt een wetenschappelijke loopbaan in de Engelse letterkunde op te offeren voor haar zieke vriend Leonard. Terwijl die Leonard zelf zijn briljante onderzoekscarrière als chemicus lijkt te verprutsen uit pure onmacht. De driehoeksrelatie tussen deze personen maakt het allemaal nog veel ingewikkelder en verwarrender, ook voor henzelf.

We volgen dit drietal tijdens hun laatste maanden aan de universiteit en het eerste jaar in de echte wereld. De vertelperspectieven wisselen elkaar af, waardoor je soms drie versies krijgt van een zelfde gebeurtenis. Wat bijzonder is en het verhaal op een mooie manier verdiept.

Maar vooral is dit een boek over lezen. Over de victoriaanse romans die Madeleine bestudeert. En die steevast eindigen met een gelukkig huwelijk. Terwijl juist dat voor haar onhaalbaar blijkt, in de onromantische realiteit van de jaren '80. Eugenides legt het zelf helder en erudiet uit in dit interview.

Echt een boek om van te houden dus, vol warmte en eruditie. Maar ook heel herkenbaar. Het voerde me feilloos terug naar die fijne, maar ook soms best lastige studententijd en de eerste tijd daarna. En dan denk je onwillekeurig toch: blij dat ik nu al wat verder sta. En al die drukte? Die nemen we er dan maar bij!

zondag 17 november 2013

Les filles (oh, la, la!)

Ja, ja, de dochter is acht geworden! Een fantastische leeftijd waarop je al best zelfstandig bent, maar ook nog heerlijk dromen kunt. Over prinsessen en zeemeerminnen bijvoorbeeld. En over baljurken, modeshows en lipgloss.

Deze verjaardag moest natuurlijk feestelijk worden gevierd met de vriendinnen. Het plan was om er een elfenfeest van te maken, met "meisjesijsjes" en een "meisjesfilm". En eigenlijk ook met make-up.

Maar daar trokken we de lijn. Want de wereld van kleine dametjes is best leuk, maar ook erg zoet en erg roze. En we moedigen het dus niet te veel aan. Taart geserveerd op een gewoon bordje smaakt even lekker als op een Disney-prinsessenbord volgens ons.

Al dat glitterroze en poederzachte gedoe zorgde voor een interessant contrast met het boek dat ik deze week las. Van de Franse feministe Benoite Groult. Die de hele "meisjesindustrie" op fijnzinnige, komische wijze bekritiseert. En tussendoor nog heel wat meer levenswijsheid meegeeft.

Dit boek is een verzameling fragmenten uit de levens van een moeder en een dochter. De moeder, een feministe van het eerste uur, is ondertussen tachtig geworden. Haar strijdlust blijft nog overeind, maar ouder worden is moeilijk. Ze beschrijft op treffende wijze hoe het is om bejaard te zijn, en dus "onzichtbaar" voor de rest van de maatschappij die jeugdigheid als norm stelt.

Radicaal kiest deze Alice voor Liberté: zelf beslissen over je eigen leven, zonder afhankelijk te zijn van anderen. Het motto dat haar huwelijk kleurde en ook haar dochter Marion heeft beïnvloed. Die koos ervoor om naast haar echtgenoot ook een tweede liefde toe te laten (een thema dat we nog kennen uit Groults "zout op mijn huid"). Hun sporadische momenten samen op verlaten Ierse eilanden, zijn van een grote intensiteit en warmte.

Geen zwartgallig boek van zeurderige oude vrouwen en verbitterde feministen dus. Groult heeft humor en heel veel levenslust. Ze kijkt geamuseerd naar de maatschappij van vandaag en geeft een genuanceerde mening, vaak met een warme knipoog. Daarnaast schrijft ze heel veel mooie dingen over familierelaties en waar de liefde een mens brengen kan.

Groult verwoordt een intelligent feministisch standpunt, naar de beste Franse intellectuele traditie. Met oog voor detail en de aangename dingen des levens, zoals ook Claudel dat bijvoorbeeld kan. Haar bespiegelingen over wat de zee met een mens doet bijvoorbeeld, of hoe heilzaam een tuin kan zijn, zijn zeer mooi en breekbaar omschreven. Maar tegelijkertijd schuwt ze de grote thema's als abortus en euthanasie niet. Veel stof tot nadenken dus.

Het was sowieso een beetje een Franse week voor ons. Want we keken ook naar de wondermooie film Toutes les soleils. En we bedachten ons hoe jammer het is dat we die Franse cultuur wat uit het oog zijn verloren. En dat we toch wel heel erg op Engeland en Amerika gericht zijn. Terwijl er qua joie de vivre en cultuur ook bij onze zuiderburen zoveel moois te ontdekken valt.

Ik ben dus zeker van plan nog meer van Groult te lezen. Maar naast haar en Claudel ken ik eigenlijk geen hedendaagse Franse schrijvers. Dus, beste lezer, als u tips heeft, geef die dan even door? Want ik begin te vermoeden dat er nog vele mooie schatten zijn te vinden in de Franse bibliotheek!

dinsdag 5 november 2013

De grote meesters (Les Misérables van Hugo)

Vorige week trakteerden we ons onszelf op een cultureel midweekje Amsterdam. Kinderloos! Hetgeen zowel bevrijdend als verbijsterend is, maar dat terzijde.

Een bezoekje aan het Rijksmuseum kon natuurlijk niet ontbreken. En dus trokken we ruim de tijd uit om deze tempel van Schone Kunsten gepast ere te brengen. Omdat we zo onze prioriteiten hebben begonnen we bij de Middeleeuwen en klommen zo langzaam op naar de pièce de résistance: de ere gallerij.

Daar binnentreden is toch wel even schrikken: wat een drukte! Wat een geflits van camera's en gedrang om toch maar een glimp te kunnen opvangen van hét meesterwerk: de Nachtwacht.

Laat me eens even héél eerlijk zijn: de nachtwacht is not my cup of tea. Want, waar gaat het nu eigenlijk over?  Mannen met dikke buiken, imposante hoeden en onpraktische sjerpen die interessant in de verte staren. En een uiteindelijk érg lelijk meisje in een gele jurk, die wat in de weg lijkt te lopen. Hè nee, het is me te groots, te bombastisch, te dramatisch.

Dan de Vermeers! Even verderop in alle rust te bekijken. Kleine kijkvenstertjes op een verstilde, intieme wereld. Waar een vrouw een brief leest, een meisje melk uitschenkt of iemand een straatje veegt. Eenvoudig, rustig en o zo mooi.

Grootse dramatiek, beste lezer, boeit me maar matig. Niet in de schilderkunst en ook niet in de literatuur. Dat bleek van de week weer tijdens het lezen van de grootse klassieker Les Misérables.

Voor wie het verhaal nog niet kent (en de liedjes uit de musical niet mee kan zingen) even een opfrissertje. Les misérables vertelt het verhaal van voormalig dwangarbeider Jean Valjean, die in Parijs het kleine meisje Cosette onder zijn hoede neemt. Zij groeit op tot een mooie jongedame en wordt verliefd op ene Marius. En dat terwijl Jean op de hielen wordt gezeten door de politieinspecteur Javert. Tegen de achtergrond van de opstand van 1832 voert Hugo ons naar een dramatisch hoogtepunt om u tegen te zeggen.

Dit boek maakt op bitere wijze duidelijk hoe weinig rechten armen hadden in de 19de eeuw. Jean, ooit veroordeeld omdat hij uit honger een brood stal, krijgt eigenlijk levenslang. Want hij wordt ook na zijn ontslag uit de gevangenis niet met rust gelaten. Je zou voor minder radicaliseren en transformeren tot een anarchist. Maar al helemaal in het begin van het boek ontmoet hij een fantastische bisschop: eenvoudig en met een groot hart. Wat mij betreft het mooiste personage en het sterkste deel van het boek.

Want ja,  Hugo kan wel prachtig vertellen.  Hij voert het verhaal naar enkele onvergetelijke scènes, vaak bij kaarslicht, die stuk voor stuk een romantisch schilderij waard zijn. Ook zijn karakters zijn met veel mededogen geschreven. Maar naast heldere, goed leesbare stukken, struikelde ik toch erg over uitgesponnen, redelijk drakerige passages over de revolutie, de slag bij Waterloo en de strijd voor het vaderland. Bloed gutst rijkelijk, mannen gedragen zich heldhaftig en zo, maar ik word er niet warm of koud van. Snel omdraaien dus die pagina's.

Het zal dus wel aan mij liggen: grootse dramatiek, diepgaande passie en doorwrochte emoties wekken bij mij enige weerzin op. Of toch enige tegenzin bij het lezen. En ik besef eens te meer dat ik liever een "kleinschalig" boek heb, met veel rust en veel stiltes.

Een Vermeer van papier en drukinkt dus graag, en geen Nachtwacht in boekformaat!