zaterdag 27 september 2014

Joke Hermsen: Kairos (oftewel: verbeelding in tijden van "kostenefficiëntie")



Wat is de hoogste gave van de mens? Joke Hermsen moet er in haar nieuwe boek Kairos niet lang over nadenken. Onze grootste kracht is namelijk verbeelding. Het vermogen om een nieuw begin te maken. Om na te denken over de wereld, en om op grond van die reflectie kracht te vinden voor verandering.

Nu zou men verwachten dat deze kostbare gave gekoesterd zou worden. Dat politici haar zouden verdedigen, dat scholen haar zouden doorgeven. Want, hoop op iets nieuws doet leven. Een visie geeft kracht en bezieling. Een nieuwe blik doet frisse winden waaien, enzovoorts.

Maar helaas, verbeelding lijkt niet meer zo gewenst tegenwoordig. Want ja, die verbeelding dat is zo moeilijk meetbaar. De “kostenefficiëntie” is betwijfelbaar. En het valt zo moeilijk onder controle te houden: want een nieuwe visie ontstaat niet op afroep. Het is daarentegen behoorlijk onvoorspelbaar wanneer de inspiratie ons overvalt.

Kairos: oftewel: het juiste moment voor inspiratie

Verbeelding gaat  volgens Joke Hermsen pas goed aan het werk op een “Kariotisch moment”. Een magisch intermezzo in ons dagelijks bestaan, vernoemd naar het ietwat vergeten godje Kairos: de god van het juiste ogenblik, de menselijke maat. Moeilijk te grijpen en in een mum van tijd verdwenen, maar bijzonder waardevol. 

Om zo’n moment te kunnen beleven, heb je enerzijds rust nodig. De dagelijkse haast en snelheid even loslaten. Om dan te dromen, nieuwe conclusies te trekken en nieuwe visies te ontwikkelen. Anderzijds is het ook belangrijk om het ijzer te smeden als het heet is. Als er vernieuwing opdoemt, niet talmen om het ook in werkelijkheid om te zetten. Want, voor je het weet is de vliegensvlugge Kairos weer gevlogen.

Kairos voor de klas: het narratieve onderwijs

Verbeelding kan je niet vroeg genoeg leren koesteren, en daarbij is het onderwijs natuurlijk cruciaal. Joke Hermsen ziet recente neoliberale tendensen in het onderwijs met lede ogen aan. Want volgens haar zijn goede docenten geen coaches van autonoom werkende leerlingen. Excellente leraren zijn geen feitjesstampers of techniekjes overdragers. Een goede leerkracht is bovenal een verteller, die de verbeelding van de leerlingen stimuleert. Die hen aanspoort tot kritisch denken en het vormen van een eigen visie. En die mag zeker afwijken van wat er in de leerboekjes staat. 

Ipad scholen? Hermsen huivert er terecht van. Want het  internet bevat misschien wel veel feitjes, betekenisvol verbanden leggen is toch echt mensenwerk. En daarvoor moet je ook eens buiten het scherm durven piepen. Indrukwekkend vond ik Hermsens vergelijking met de mensen in de grot van Plato: net als hen kijken we de hele dag naar beelden en lijken we de echte wereld daarbuiten te vergeten.

Politiek en cultuur

Voor de Grieken was het duidelijk: politiek bedrijven betekent dat men ruimte schept voor nieuwe visies, inspirerende ideeën en onverwachte mogelijkheden. Goede politici nemen onze zekerheden kritisch onder de loep en kijken waar ze vervangen moeten worden door nieuwe mogelijkheden. Politiek overstijgt het privédomein en is meer dan economie.

Helaas is vandaag de visie vaak “een olifant die in de weg staat”. En houden politici het eerder op het betere rekenwerk. Als kruideniers wegen ze nauwgezet inkomsten en uitgaven tegen elkaar af. De balans moet in evenwicht zijn, de kas moet kloppen.

O, wat kan ik daar boos om worden. Net als Joke Hermsen trouwens. Want: hoe kortzichtig om elke maatschappelijke kwestie te willen reduceren tot cijfertjes en rekensommen. Hermsen trekt bijzonder boeiende parallellen met het werk van Hannah Arendt, die eveneens van leer trok tegen het economische nuttigheidsdenken, en ervoor waarschuwde dat daarmee het pluralisme, en dus de democratie, in het gedrang komt.

Cultuur en economie 

De voorbije week was ik als werknemer in de culturele sector weer erg nauw betrokken bij een dergelijke retoriek van “kostenefficientie”. In de septemberverklaring van de Vlaamse regering stond – écht waar – “een goede economie is de basis voor een bloeiende cultuur”. De gevolgen waren er ook naar: stevige bezuinigingen en een schampere neoliberale stellingnames zoals: “cultuur moet op eigen benen staan: als mensen het echt waardevol vinden betalen ze er wel voor.”

Cultuur als luxeproduct dus. Iets gezelligs dat erbij komt. Waarbij men er bovendien gemakkelijk aan voorbijgaat dat niet iedereen even  veel centen heeft. En dat terwijl cultuur toch een  basis zou moeten zijn. Iets dat net als onderwijs en zorg investeringen verdient. Omdat het een voorwaarde is voor democratie, een vrijplaats nodig om de maatschappij kritisch, vernieuwend en dynamisch te houden. Maar ja, dat is iderdaad o zo moeilijk meetbaar.

Opdracht

En zo werd ik toch ook een beetje somber van dit boek. Want het is misschien wel een kreet in een dorre economische woestijn. Maar als we nu met velen roepen, dan is er misschien toch iemand die het hoort?

Dus: kom los van uw scherm, en lees dit boek! Het zal uw verbeelding prikkelen, uw kritische zin voeden en vast en zeker een aantal Kariotische momenten opleveren. Geniet ervan, want die zijn onbetaalbaar!

vrijdag 12 september 2014

The handmaid's tale of hoe confronterend een boek kan zijn

Doorgaans blog ik enkel over boeken die me hebben bekoord. Verhalen die me meesleepten of ontroerden. Die mijn geest even onder een frisse kraan hielden, en mijn verbeelding dromerig aan het werk zetten.

Vandaag gaat het echter om een boek dat me hard labeur bezorgde. Ik las het nog net niet tegen heug en meug, maar het scheelde niet veel. Het was zo afstotelijk, dat ik het zelfs een tijdje heb weggelegd. 


Toch was het ook een boek waarvan ik na veel geworstel, gezucht en getrek moet toegeven: het heeft iets met me gedaan, het heeft mijn denken veranderd, al was het "the hard way". Lezen hoeft niet altijd leuk te zijn: soms moet het je ook eens confronteren met wat je echt niet wil weten. Je hard met je neus op de feiten drukken, noemen ze dat.

Het verhaal

De handmaid's tale is, net als 1984, een dystopie. Amerika is ten ondergegaan aan een milieuramp en algemene wanorde. Als alternatief kwam een nieuwe totalitaire staat tot stand. Met duidelijke, maar strenge regels, die via  geweld worden afgedwongen. Een maatschappij waarin geen plaats is voor een individu, maar waarin iedereen een één dimensionale rol heeft.  De mannen zijn partijlieden, soldaten of chauffeurs; de vrouwen zijn echtgenotes, huishoudsters, verpleegsters of "handmaids", ieder met hun eigen uniform, dat is wel zo overzichtelijk.

Offred, de hoofdpersoon in dit boek is zo'n dienstmaagd. Ze vertelt over haar leven, waarin ze gereduceerd is tot één doel: een kind voortbrengen. Een kind dat na de geboorte door de partijman en zijn vrouw zal worden opgevoed, terwijl Offred haar lichaam aan een nieuw echtpaar ter beschikking moet stellen. Hoewel Offred lotgenoten heeft, is er nauwelijks sprake van echt menselijk contact, er is immers de constante angst dat je door iemand anders wordt verraden.  En dat verraad wordt doorgaans met de dood bekocht.


Het schrijnende is dat Offred nog maar enkele jaren geleden een heel gewone vrouw was. Met een baan bij de bibliotheek, een eigen bankrekening, een lief dochtertje en een man die in het huishouden meehielp. Net zo'n leventje dus als velen van ons hebben.  De vraag dringt zich dan ook snel op: hoe is het zover kunnen komen? Hoe kan onze maatschappij zo snel veranderen in een dergelijke tirannie?

Het antwoord dat Atwood geeft is duidelijk: onverschilligheid, of ook: onoplettendheid. Een tirannie bouw je met geweld en met kleine stapjes tegelijk. Offred beseft achteraf dat het is gegaan als met een kikker in een warm bad: als je er stilletjes aan kokend water bij gooit merkt die niet dat hij langzaam dood kookt.

De leescrisis

U snapt het al: geen blijmakertje dit boek. Want het maatschappijbeeld in dit boek was behoorlijk afstotend, en ik kreeg het er letterlijk benauwd van. Vreemd, vond ik zelf, omdat ik 1984 wel graag heb gelezen, terwijl dat even angstaanjagend en beklemmend is. Misschien kwam het omdat hier de hoofdpersoon een intelligente vrouw was, gereduceerd tot puur lichamelijke functies: een idee dat me koude rillingen bezorgt. Of ook, de gedachte dat dit soort maatschappij niet zover van ons af staat als we eigenlijk zouden willen. Misschien zijn we er zelfs maar een paar muisklikken van verwijderd. Meer was er althans niet nodig om alle vrouwen in dit boek van hun bankrekening en hun vrijheid te beroven.

Halverwege zag ik het  niet meer zitten en heb ik het boek aan de kant geschoven. Maar mijn leesclubvriendinnen wisten beter. Zij vonden dat ik moest doorbijten en verzekerden me dat het de moeite waard zou zijn. Vooral de onverwachte epiloog (die ik niet zal verklappen) was volgens hen niet te missen. En dus haalde ik diep adem en las het boek alsnog uit. Hangend en wurgend, maar ik vond de epiloog inderdaad heel boeiend, en ik ontdekte een wijze les

De boodschap: wees waakzaam, het feminisme blijft nodig!

Ergens in het boek zegt Margaret Atwood het heel duidelijk: het is verbazend hoever mensen in ellendige dingen meegaan, zolang je hen maar een klein beetje comfort biedt. Kleine stapjes afdwingend met geweld, houdt mensen onder de duim.  Een zelfde taktiek dus als de nazi's toepasten en die Victor Klemperer zo vlijmscherp analyseerde in zijn onovertroffen dagboeken.

In dit boek verliezen de vrouwen de meeste vrijheid. Zij worden gereduceerd tot hulpjes van de man. Offred heeft zelfs geen recht meer op een eigen identiteit of een eigen naam. De moeder van Offred, een feministisch strijdster van het eerste uur,  had haar dochter van te voren nog gewaarschuwd. Maar Offred vond de hippiestrijd van haar moeder lachwekkend en meende dat haar aanklachten overtrokken waren. Een wrange misvatting, zo bleek later.

Je kunt dit boek dan ook lezen als een feministisch pamflet, dat ons doet beseffen dat de strijd niet gestreden is. Met een paar vingerknippen kan het tij zich weer tegen de vrouwen keren. En we moeten dus gevoelig blijven voor kleine veranderingen, omdat ze potentieel tot iets groots kunnen uitgroeien.

Is het omdat ik ondertussen bijna 40 ben, dat ik me de laatste tijd afvraag of we niet op de terugweg zijn? Of het aantal vrouw-onvriendelijke reclames niet toeneemt? Ik merk dat ik af en toe behoorlijk kan pruilen om het gegeven dat ik geen dunne spriet ben: waarom zou ik dat zo belangrijk vinden? Bovendien kan ik me enorm ergeren aan de manier waarop mijn dochter nu al, op 8-jarige leeftijd, bezig is met make-up en mooi zijn. Welke les geeft de maatschappij haar nu eigenlijk vandaag? Moeten we daar niet wat bewuster en aandachtiger op letten?

 De discussie in de leesclub
De andere leesclubdames hadden het boek vlotter weggelezen dan ondergetekende. Dat was duidelijk. Zij hadden ook minder dan ik een haast lichamelijke afkeer van de situaties die in dit boek beschreven worden . Allen waren we het erover eens: dit boek was de moeite en zet je aan het denken.

Een aantal merkte wel op dat, hoe tegenstrijdig het ook kan klinken, het toekomstbeeld in deze roman verouderd is. Atwood schreef het boek immers in 1985 en ze weerspiegelt dus vooral de zorgen en uitwassen van die tijd. Ikzelf vond dat eigenlijk niet: ik vond het boek misschien zelfs meer dan ooit actueel.

Naast de duidelijke feministische boodschap wil dit boek ook aandacht vragen voor een ander thema: dat van de keuzevrijheid. Atwood stelt dat de maatschappij ten onder is gegaan aan teveel keuzes. Een verzuchting die me ook wel eens te beurt valt als ik in de supermarkt kan kiezen uit 25 soorten tandpasta. Maar wat is het alternatief? Een maatschappij waarin de keuzes gereduceerd of onbestaande zijn. En daardoor een houvast biedt.

Misschien is die onzekerheid door te veel keuzes ook wel wat fundamentalistische groepen motiveert, want met starre regels hoef je niet meer zelf na te denken. Leve de pluriformiteit dus, hoera voor het verschil, hoe zeer we soms ook kunnen botsen, het is altijd beter dan het simplisme van de eenheidsworst.

 De slotsom

Zonder de boekenclub had ik dit boek nooit uitgelezen. Wegens te donker en te erg. Maar door de aanmoediging van de andere ladies beet ik toch door. En, ik moet toegeven: ik had dit boek echt niet willen missen. Want het kleurt mijn denken nog dagelijks. En is dat uiteindelijk niet dat wat goede boeken moeten doen?