zaterdag 29 november 2014

Het Raadsel Spinoza

"Wat ben je aan het lezen?", vroeg ze, "O, een boek over Spinoza!". Haar enthousiasme verdween onmiddellijk, haar blik werd enigszins duister. Voor ze er erg in had, ontsnapte haar een diepe zucht: "Vast niet gemakkelijk, hè?".

Laat dat nu exact dezelfde reactie zijn die ik voortbracht toen iemand me vol vuur over dit boek vertelde. Not my cup of tea, dacht ik, vast veel te moeilijk. En dus liep ik al een paar jaar met een grote boog om dit boek heen. Alle jubelkreten in de wind slaand. Tot het twee weken geleden toevallig in mijn handen belandde en ik vertwijfeld dacht: "zou ik dan toch een kans wagen..."

En er volgde een fantastische week! Zonder zwaar gezucht en gewroet. Dit boek leest immers heerlijk weg, is boeiend en onderhoudend en bovendien zet het je ook aan het denken. Het was één van die boeken waarvan ik echt spijt heb dat het uit is.

Het verhaal van Spinoza is dan ook fascinerend. Gezegend met een glashelder denkvermogen komt Baruch al jong in conflict met de Joodse gemeenschap in Amsterdam. Zeggen dat God is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van de mens, en dat Hij zich echt net bezighoudt met het reilen en zeilen van sterfelijke zielen, klonk in die tijd als heiligsschennis. Bovendien volhardde hij ook nog eens in de boosheid: voor de Amsterdamse rabbijnen reden genoeg om hem te vervloeken.

Zo kwam Spinoza helemaal alleen te staan. Buitengesloten. Nooit zou hij nog contact hebben met zijn familie of zijn Joodse vrienden. Maar zijn verbanning gaf hem wel de ongelofelijke vrijheid om te zeggen en te denken wat hij wilde. Een vrijheid die hij de daaropvolgende jaren zou verzilveren in onovertroffen meesterwerken.

Vier eeuwen later raakt een Duitse nazi, Rosenberg, gefascineerd door Spinoza. Hoe kan het toch dat het door hem zo gehate Joodse ras, zo'n heldere denker heeft voortgebracht? Iemand die zelfs de grote Goethe heeft beïnvloed? Er moet wel bedrog in het spel zijn! Rosenberg breekt er een leven lang zijn hoofd over en zoekt het antwoord in Spinoza's bibliotheek.

Ondanks alle verschillen hebben Spinoza en Rosenberg ook veel gemeen. Het zijn beiden dwarsdenkers, die geen goede aansluiting vinden bij de maatschappij. Eenzame lieden, die zich door de rede laten meeslepen en dikke boeken neerpennen die niemand echte snapt. Ze hebben allebei maar één vriend, iemand die hen verbindt met hun afkomst en waar ze hun hart bij kunnen uitstorten.

Yalom is van beroep psychiater en dat is duidelijk te merken aan dit boek. Regelmatig hebben beide hoofdpersonen immers een therapeutisch gesprek met een goede vriend. Iemand die hen kritisch bevraagt en andere opties laat zien. Die hen in contact brengt met het echte leven en uit hun ivoren toren naar beneden laat blikken. Spinoza is intelligent genoeg om die adviezen naar waarde te schatten en zijn denken aan te passen aan de nieuwe inzichten. Rosenberg daarentegen loopt vast in zijn eigen dogma's. Zijn hoge positie in de entourage van Hitler maakt het ook moeilijk om nog van gedachten te veranderen.

Wat mij betreft is dit boek een bijzonder geslaagde mengeling van fictie en geschiedenis. Geloofwaardig en meeslepend. En dus gaan we snel op zoek naar de andere boeken van Yalom, met de kritische bedenkingen van Joke in het achterhoofd!




zaterdag 22 november 2014

Kleine Mechanieken - Philippe Claudel

Af en toe heeft een mens nood aan iets kleins en fijns. Aan verhalen als zoete snoepjes. Waar je eerst heel secuur het papiertje af moet peuteren. Om dan langzaam te genieten. Eentje per dag is genoeg, het smaakt immers nog een hele tijd na. Kleine mechanieken is zo'n snoepzakje. Wat mij betreft met een satijnen strik.

Natuurlijk was ik vooringenomen. Philippe Claudel is één van mijn favoriete auteurs. Die mij tot dus ver maar één keer ontgoochelde (met "Het onderzoek") maar wiens boeken en films ik steeds geweldig kan smaken. De vorige keer serveerde hij me een boeket aan geuren, ditmaal is de link tussen de verhalen iets losser.

De kleine mechanieken uit de titel, zijn mensen. Stuk voor stuk ingenieuze raderwerkjes, die continu tikken en draaien, zich af en toe eens opwinden of een alarm laten schallen. Maar die vooral voortleven alsof er nooit een einde komt. In deze verhalen vallen de mechaniekjes echter stil. Het tikken verstomt, de tandwielen blokkeren.

De dood is natuurlijk een centraal thema in het werk van Claudel. Hij benadert het meestal vanuit het perspectief van de rouwende. Meestal doet hij dat melancholisch en zacht, soms ook erg hard en rauw (met die andere au). Steeds gaat het over de vraag hoe verder te leven met mooie herinneringen. En ook over de kunst van het loslaten van geliefden. Weemoedig, maar prachtig.

In kleine Mechanieken kiest Claudel voor het standpunt van de stervende, die de dood plots ontmoet, of er al een hele tijd naar heeft uitgekeken. Het gaat telkens om een veilige, warme dood, niet om een zwaar bestreden worsteling met het einde. De dood kan immers ook een vriend zijn.

Er zijn magische verhalen bij over hoe de dood mensen een tweede kans geeft, verhalen over mensen die eenzaam moeten sterven en zich met hun lot verzoenen. We lezen over moordenaars die van de dood hun werk hebben gemaakt, en over mensen die sterven zonder dat iemand het merkt.

Een kleinere rode draad in het boek gaat over de kracht van poëzie. Er staan surrealistische fragmenten in over een maatschappij waar literatuur is verboden. En er is het verhaal van een lezer die zo betoverd raakt door een gedicht, dat het zijn hele leven op zijn kop zet. Hoe een paar goed gekozen woorden een wereld van verschil kunnen maken.

Een poetisch boek dus, met veel warmte en zelfs af en toe een glimlachje. Ik kan dan ook niet anders dan in herhaling vallen: Claudel mag je niet missen!







woensdag 12 november 2014

Een bijbel

We keken de hele week uit naar donderdag. Want dan kwam de oude dominee langs in de klas. Niet om ons te bekeren, wel om verhalen te vertellen. En dat kon hij als geen ander!

Ik zie nog voor me hoe hij als Jacob bedachtzaam in de pan linzensoep roerde. We leerden Samson kennen, die verblind door verdriet de zuilen van de tempel omver duwde.

We waren erbij toen Mozes zijn wandelstok in een slang veranderde en toen de Rode zee als een theaterdoek openging om hem doorgang te verlenen. Ademloos keken en luisterden we toe, met rode wangen en gespitste oren...

Aan die wekelijkse verteluurtjes  heb ik een levenslange liefde overhouden voor de het oude testament. Eeuwenoude bron van wijsheid én mensenkennis. Vol van jaloezie, wrok, heldenmoed en magie. Listige vrouwen, snedige profeten en wonderbaarlijke koningen. Het zijn verhalen van alle tijden, waarin je telkens weer iets nieuws ontdekt. 

Onlangs kwam er een hervertelling langs die me opnieuw met verstomming sloeg. Het boek "Een bijbel" van Philippe Lechermeier en Rebecca Dautremer is immers een waar plezier voor het oog en het hart! Om te beginnen zijn de tekeningen fantastisch. Een beetje duister een mysterieus, soms een tikje angstaanjagend, maar ook bijzonder "verbeeldings-bevorderend" en dat hebben we graag.

Naast de prachtige illustraties zijn ook de verhalen van topklasse. Lechermeier heeft immers niet gekozen voor een eenvoudige hervertelling, maar is creatief met de verhalen aan de slag gegaan. Zo werkte hij het verhaal van Jozef om tot een toneelstuk en bekijken we het leven van Mozes vanuit het standpunt van een vlieg. Er zitten liederen tussen, en gedichten. En heel veel fijne vertelsels, en mysterieus gefluister.

Een prachtig boek dus om 's avonds als het donker is te lezen. Met een kaars erbij. En verder alleen de stilte om je heen. En je dan moeiteloos verbonden voelen met hen die deze verhalen duizendenjaren geleden voor het eerst hebben verteld en hebben gehoord.

Daarom lees ik nu elke donderdag een verhaal uit dit boek. En telkens is het weer iets om een week lang naar uit te kijken!