zaterdag 26 september 2015

Bookswap!




 Ook last van een uitpuilende boekenkast? Van stapels aangenaam leesvoer dat u ooit verblijdde, maar waarvan de kans dat u het gaat herlezen klein in? En niet koelbloedig genoeg om overtollige boekwerken bij de vuilnis te zetten?

Organiseer dan een bookswap! Dat is een hippe benaming voor "boekenruilfeestje". In tijden van boekentillen nog amper vooruitstrevend, maar wel gezellig!

Ondergetekende en haar bibliothecaris gingen u voor! Onze spelregels waren de volgende:






Het resultaat van deze vrolijke oproep? Een tafel vol boeken, een buffet met heerlijke hapjes en urenlange gesprekken over lezen, cultuur en ander boeiends. Boekentips vlogen in het rond, lachsalvo's eveneens. Kortom: gezelligheid troef ten huize theetante.



En toch, ... niemand durfde het eerste boek te pakken! Dus lanceerden we na een uurtje de eerste ronde: elke aanwezige mocht één boek kiezen. Uiteraard verliep dat ordelijk en harmonieus. Waarna zich nieuwe gesprekken ontvouwden tussen de oorspronkelijke eigenaar en de toekomstige lezer. Het duurde dus even voor we de tweede ronde lanceerden.

Slotsom: een bookswap is een ideale formule voor een gezellig avondje boekenpraat! We hebben bovendien vrienden die elkaar niet kenden met elkaar in contact gebracht: "les amis de mes amis sont mes amis" indachtig.

De eerlijkheid gebiedt me wel nog even te melden dat niet iedereen gewonnen was voor het idee. Een boek moeten afgeven is voor sommigen duidelijk een brug te ver (en weerklonk zelfs hoongelach in bepaalde academische kringen!). En er waren er ook die boeken meebrachten die ze zelf niet gelezen hadden, tssss!

Ondanks deze weerspanningheid zijn we toch geneigd een dergelijke festiviteit opnieuw te organiseren. Deze keer wel in de zomer (wat door onvoorziene omstandigheden niet lukte). Wat mij betreft is een jaarlijkse traditie gestart! En ik zou zeggen: doe het vooral na!



woensdag 16 september 2015

Maanschaduw - Aminatta Forna



Onze bibliotheek heeft de gewoonte boeken te labelen. Handig voor de klanten, denken ze waarschijnlijk, en makkelijk klasseren eveneens. Ik begrijp het, maar ik heb er moeite mee. En dus betrap ik mezelf dat ik zelden een gelabeld boek mee naar huis neem. En al zeker geen met dit teken erop:



Want, dat zal wel weer moeilijk zijn, opstandig of juist erg pastelkleurig, ik weet het niet maar op de één of andere manier spreekt het begrip “vrouwenboek” me niet aan. Waarschijnlijk ook omdat er geen categorie "mannenboek" bestaat. Soit.

Zoals u ziet belandde er vorige week toch zo’n boek op mijn leestafel. Per ongeluk eigenlijk. Of juist niet. Want van Aminata Forna las ik eerder al een geweldig boek en dus was ik nieuwsgierig. En terecht, want maanschaduw was opnieuw een bijzondere leeservaring.

Forna is afkomstig uit Sierra Leone, en voor dit boek reisde ze terug om haar tantes te bezoeken. Oude dames met levenslust, een rijk verleden en een passie voor vertellen. Forna bracht uren met hen door tussen de koffiestruiken op de plantage of aan de oever van een rivier. Ze luisterde tot zonsondergang naar hoe de wereld in één mensenleven veranderde, en ze maakte er een werkelijk prachtig boek van.

De oudste verhalen in deze bundel gaan over de spanning tussen Afrikaanse magie en het nieuwe geloof. Vaak is dat de islam in Sierra Leone, maar ook Christelijke nonnen spelen een rol. We lezen hoe de moeders van deze tantes de magische krachten van de voorouders maar moeilijk kunnen loslaten. Ze vinden het gevaarlijk om de bescherming van de oude geesten af te werpen en blijven dus zo lang mogelijk op twee paarden wedden. Tot groot ongenoegen van de missionarissen uiteraard.

Andere verhalen gaan over de polygamie waarbij een man soms wel tien vrouwen had. De relaties tussen deze dames bleken minder gespannen dan ik had verwacht. Een man delen bleek heel wat vrijheden op te leveren!

Geleidelijk aan sijpelt de wereld, en dan toch vooral het Westen binnen in deze verhalen. In de vorm van hooggehakte schoenen (die ontzettend blijken te knellen), onder invloed van het onderwijs, of via de radio. Niet alle dames kunnen die veranderingen even goed aan. Eén van hen gaat in Engeland studeren en raakt compleet in de war door alle cultuurverschillen.

En dan zijn er ook nog aangrijpende verhalen over oorlog, misbruik en geweld. Over de pogingen om een democratische staat te vestigen en de rol die vrouwen daarin probeerden te spelen. Verhalen vol kracht, maar ook vol weemoed om wat er ondertussen verloren ging.

Ik vond dit een prachtig boek. Tijdens het lezen hoorde ik de krekels zingen en voelde ik het kampvuur. Het was net of ik bij de tantes aan een kampvuurtje zat terwijl ze hun verhalen vertelden: elk met een eigen klank en stem.

Of dit een vrouwenboek is? Ja, in die zin dat vrouwen de hoofdrol spelen. En misschien dat mannen zich dan moeilijker herkennen (ik heb dat namelijk wel eens andersom). En toch…toch vind ik dat het label misstaat. Want dit is uiteindelijk een boeiend boek over globalisering en Afrikaanse geschiedenis, gezien door vrouwenogen. En dat is toch voor iedereen interessant?

Een paar vragen voor leesclubs:

-        Heb jij van die magische rituelen om geluk af te smeken?
-        Zou polygamie iets voor jou zijn?
-        Welke speciale aankoop maakte jou toen je kind was heel gelukkig?
-        Heb je zelf ooit een cultuurclash ervaren?
-        Van welke oude dame (of oude heer) in jouw omgeving zou je graag het levensverhaal willen kennen?
-        Ben je ooit in Afrika geweest? Wat was jouw indruk?

zondag 13 september 2015

Klaag- en jubelmuur (#leesclubleuks)


Op zoek naar een eenvoudige formule die er telkens weer in slaagt een geanimeerde discussie los te weken? Dan is de klaag en jubelmuur iets voor u! Geen gedoe om allerlei spitante stellingen te formuleren, we beperken ons hierbij immers tot twee vragen:

  • wat vond je goed aan het boek?
  • wat vond je minder goed aan het boek (en had misschien beter anders gekund)

Elke deelnemer schrijft zijn of haar antwoord op aparte post-its of kaartjes. Zo kan iedereen een bijdrage aan de discussie doen, niet alleen de "tafelspringers". Meerdere kaartjes invullen mag. De moderator verzamelt nadien alle antwoorden en gaat ze clusteren. En dan kan de discussie beginnen.

Vorige week testte ik het uit met de junior leesclub die "Paper Towns" had gelezen. Ijverig gingen ze aan de slag, met dit mooie resultaat:




De juniors waren het wel heel erg eens deze keer over wat er fijn was aan het boek (de autorit) en wat ze minder leuk vonden (het einde) en dus vergde het nog enig doorvragen om precies los te krijgen waar de plus en de minpuntjes zaten. Afwijkende briefjes helpen daarbij.




Ik gebruik deze methode vaak op mijn werk met volwassenen. Daar merk ik dat de briefjes doorgaans wat meer verschillen. Het is een methode die altijd resultaat oplevert en voor veel discussie zorgt. Zeker eens proberen met uw leesclub dus.

dinsdag 8 september 2015

In ogenschouw - Julian Barnes



U weet het ondertussen, ik ga graag eens naar een museum. Voor de rust en de schoonheid, voor de inspiratie en de reflectie. Daar aanschouw ik dan schilderijen en probeer hun betekenis te analyseren, of het effect te voelen: raakt het me of niet? 

Julian Barnes pakt het helemaal anders aan. Hij kijkt niet vooruit, maar juist terug. Mentaal plaatst hij het schilderij opnieuw in het rommelige atelier van de schilder. Die er ijsberend (en vloekend) omheen loopt, die schetsen verfrommelt en nieuwe kleuren uitprobeert. En die steeds opnieuw grenzen verlegt en nieuwe perspectieven toevoegt.

Die terugkeer naar de materialiteit van het creatieve proces, van de artistieke worsteling, is de grote verdienste van Barnes’ blik. Hij beschouwt kunstenaars als vertellers die met grote omzichtigheid verschillende opties tegen elkaar afwogen. Welk moment uit het verhaal zouden ze stil zetten? Waar moet het accent op komen? Wat laten ze buiten beeld?

In het adembenemende essay over “Het vlot van de Medusa” van Géricault komt dit keuzeproces het beste uit de verf, en dat is dan meteen ook mijn favoriete hoofdstuk. Maar ook in andere verhalen voert hij ons terug naar de zweetdruppels, de vuile vingers en de keuzestress van menig kunstenaar.
Ook het korte essay “Maar wordt het kunst” zal me nog lang bijblijven, omdat Barnes hier de stelling naar voren schuift dat iets kunst is “dat het oog boeit, de hersenen prikkelt, de geest aanzet tot reflectie en het hart beroert” (273) en zo kan iets dat niet als kunst werd bedoeld, jaren later toch als kunst worden gezien.

Een zeer lezenswaardig boek dus, al is het bij wijlen taaie kost. Niet alle essays hebben hetzelfde niveau. Maar verrassend is zijn invalshoek altijd. Ik ontdekte bovendien de schilder Vallotton, wellicht inspiratiebron voor Hopper en zo te zien echt de moeite waard.

Een fijne bundel dus voor kunstliefhebbers. Het heeft mijn manier van kijken alvast blijvend beïnvloed, want die “terugreis naar het atelier” levert verbazende andere inzichten op.

LEESCLUBVRAGEN

-        Wie is jouw favoriete schilder? En waarom?
-        Kies een hedendaagse gebeurtenis en verken vanuit welk perspectief een kunstenaar dit verhaal zou vertellen: wat zijn de mogelijkheden en wat zijn daarvan de implicaties?
-        Kies een schilderij en bekijk welke keuzes de kunstenaar allemaal had bij het formuleren van dit beeld (Speel dus Barnes omgekeerde methode na!)
-        Noem een voorbeeld van iets dat niet als kunst is bedoeld, maar toch als kunst wordt gezien.
-        In hoeverre is het noodzakelijk meer te weten over de biografie van een kunstenaar om diens werk te begrijpen?
-        Van welk gebrek kan je een voordeel maken (zoals Redon deed?)

woensdag 2 september 2015

Nacht (Mijn strijd) - Karl Ove Knausgard



 Als stadsmens lijkt het me af en toe heerlijk eenvoudig: een dorp! Een kleine, overzichtelijke gemeenschap, waar de dingen vertrouwenwekkend hetzelfde blijven. Waar iedereen elkaar kent, en waar het drukke leven ver op de achtergrond raakt. Een oord waar mensen met weinig tevreden zijn. En waar met rimpels doorgroefde ouderlingen de ene wijsheid na de andere spuien.

Misschien speelde een dergelijke nostalgische idylle ook in het achterhoofd van Karl Ove Knausgard toen hij als achttienjarige verhuisde naar een afgelegen gehucht. Een prachtige plek was het, aan een grillige fjord en met veel wilde natuur die uitnodigde tot lange wandelingen. Een klein dorp, met één school, één winkel en één café. En verder vooral niets. Een plek om tot rust te komen na een pubertijd die op z’n minst woelig was te noemen. Een hermetisch oord waar Karl Ove zich volledig kon wijden aan zijn levensdoel: schrijver worden.

Knausgard heeft er inderdaad een aantal korte verhalen geschreven. Maar of het allemaal zo rustgevend was daar in het hoge Noorden, dat valt te betwijfelen. Want zijn opdracht als leraar bleek niet meteen een levensdroom, en de kleine dorpsgemeenschap werd al snel beklemmend. En dan was er nog de duisternis, de eeuwige nacht die in de winter over de huizen neerdaalde. Een deken van somberte, die alle levenslust leek te verduisteren. Of toch zwaar bemoeilijkte.

Tijdens die nachten drinkt Karl Ove te veel. Misschien om maar niet te moeten denken aan zijn problematische jeugd. Aan zijn relatie met een agressieve vader en een wellicht iets te begripvolle moeder. Het lijken me jaren waarin hij vooral eenzaamheid kende, een situatie die hij in dit deel uitvergroot door het isolement nog eens extra op te zoeken.

Dit deel van “Mijn strijd” gaat vooral over de onmacht van pubers. Die denken de wereld te begrijpen, maar in het duister tasten. Die ergens al snappen dat het leven niet zo heel veel te bieden heeft en zichzelf verdoven met drank. En drugs. En seks, al wil dat laatste bij Karl Ove maar niet zo lukken.

Dit is vooral een boek over Karl Ove’s onvermogen om een echte relatie met iemand aan te gaan. Hij heeft dat tenslotte ook nooit geleerd en maakt een aantal pijnlijke beginnersfouten. Gelukkig maar dat de dames in kwestie daar nog redelijk gemakkelijk overheen stappen. Of, dat denkt Karl Ove tenminste.

Daarnaast gaat dit boek ook over schrijven. Over doorzettingskracht en experiment. Je zit als het ware naast Karl Ove aan de typmachine en deelt zijn gedachten over pakkende beginzinnen, het juiste aandeel adjectieven en de impact van een gewijzigd vertelperspectief. Want ondanks alle zattigheid heeft Knausgard wé leren schrijven in het Noorden, dat is duidelijk.

Van de vier boeken die ik ondertussen heb gelezen in deze reeks, was dit boek het taaiste. Waarschijnlijk omdat de hitsige, gefrustreerde puber Karl Ove erg ver van mij afstaat. En aanvankelijk wekte hij dan ook vooral irritatie op. Maar, ik wist dat ik moest doorbijten, en dat Knausgard me niet teleur zou stellen, en dat was ook zo. Na verloop van tijd kreeg ik zowaar sympathie voor de onhandige jongeling. Gekweld door onmacht en frustratie. Je zou hem zo een knuffel geven!

Zo zie je maar: boeken die je aanvankelijk een beetje afstoten, roepen dan toch nog warme gevoelens op. En leesclubvragen als:

-        Wie was jouw favoriete leraar of lerares en waarom?

-        Welke invloed heeft de duisternis op jouw gemoedstoestand?

-        Ben je ooit zo dronken geweest dat je niet meer wist wat je deed? Waarom?

-        Hoe belangrijk is het om bij een groep te horen?

-        Hoe kijk je terug op je pubertijd?

-        Wat vind je van Karl Ove’s stijl als leraar?

-        Waar was jij in je pubertijd obsessief mee bezig?

En eerder besprak ik al: Vader ; Liefde en Zoon