zondag 22 november 2015

Connie Palmen – Jij zegt het




De dagen korten, en eindelijk wordt het ook een beetje kouder. Hoog tijd dus voor de leesclub om weer eens bijeen te komen. En petit comité deze keer, met slechts vier leesdames. Maar wel met heel veel zin om door te bomen over het boek dat we lazen. “Fascinerend”, “Aangrijpend” en “Meeslepend” waren alvast drie begrippen die we moeiteloos met dit boek verbonden. Via een methodiekje (dat in een later blogje aan de orde komt)  kozen we ook nog de volgende woorden om het boek te typeren:

Succesvol

Dit boek beschrijft de liefde tussen twee dichters van hoog niveau: Sylvia Plath en Ted Hughes. Veelbelovende jonge mensen zijn het, met een duidelijk beeld waar ze willen uitkomen: erkend worden als dichter. Om dit te bereiken investeren ze enorm. Ze leven aanvankelijk sober, nemen gemakkelijke, oninteressante baantjes aan, om zoveel mogelijk tijd vrij te houden voor hun werk. Dat rendeert het eerste voor Ted, die prijzen wint met zijn debut. Sylvia, zelf een groot talent, gunt hem dat aanvankelijk van harte. Tussen de regels lees je echter dat het haar ook weleens beknelt: echtgenote zijn van de dichter.

Samen

Ted en Sylvia leven lange tijd in een ongelofelijke symbiose samen. Alles delen ze: inspiratie, kritiek, vrienden en natuurlijk hun passie: de literatuur. Samen groeien ze ook, ze tillen elkaar op naar ongekende hoogte. Zo’n samenwerking leek ons op het eerste gezicht heerlijk, maar tegelijkertijd voelden we ook aan dat het misschien teveel van het goede was. Want heeft een kunstenaar ook geen eigen denkproces nodig? Is het niet belangrijk om ook los van elkaar iets te betekenen? Bovendien: de samenhang wordt hoe langer hoe meer ongelijk: Sylvia steunt zo op Ted, dat het hem benauwt. En dus volgt de breuk.

Zoeken

Sylvia is een gepassioneerde, en tegelijkertijd heel zoekende vrouw. Wanhopig zoekend af en toe. Het geluk lijkt immers steeds net op de hoek te liggen. In Amerika bijvoorbeeld, of toch weer in London. In een kind, dat niet de verhoopte euforie voortbrengt. In een goede band met haar moeder, en ook weer niet. Dat zoeken en niet vinden put een mens uit, en Sylvia verglijdt in een depressie. En zoekt uiteindelijk de dood.

Voorspellen

Een levenseinde dat voorspelbaar was? Dat is de vraag van dit boek. Net als de kwestie of het onafwendbaar was. Een discussie waar de leesclub uren mee vulde. Een complexe vraag, waar geen eenduidig antwoord op bestaat. In het boek komen een aantal voorspellingen voor, heel mysterieus (maar volgens ons ook een tikje te veel naar onze smaak)

Tafelgenoten

Feit is dat na het drama de hele wereld Ted de schuld gaf. Hem uitspuwde en labelde als de moordenaar. Vrienden van vroeger namen stelling, schreven memoires, publiceerden aanvallen. Zodat Ted helemaal alleen kwam te staan. Kalm, vastberaden en sterk zweeg hij, tot Connie Palmen nu de stilte doorbreekt. En zo de rol van media bekritiseert. Is het wel zo eenvoudig dat er een oorzaak en een schuldige was? Wat was de rol van de tijdsgeest in de jaren vijftig die vrouwen amper ruimte gaf voor een eigen carrière? Wij vonden in elk geval dat Ted als een soort “nieuwe man avant la lettre” haar heel wat tijd en rust gunde om te werken.

Genadeslag

Was Ted de sluwe vos die men van hem maakte, vroeg Connie Palmen zich af. Wat was zijn rol in dit tragische verhaal? In een razendinteressant TV-interview (echt even kijken) vertelt ze dat Ted in dit boek de Judas is. Degene die de hoofdpersoon verraadt, opdat zij het beste van zichzelf kon geven. Sylvia’s allerbeste werk kwam immers tot stand ten gevolge van de breuk. Net als Judas speelde Ted een noodlottige, doch noodzakelijk rol in dit passieverhaal.

Onze conclusie

Ee boek dat ons uit onze comfortzone haalde, dat ons diep raakte en erg mooi geschreven was. Een ideaal boek voor een leesclub omdat er zoveel vertrekpunten in zitten voor boeiende en diepgravende discussies. Een leeservaring die we niet snel zullen vergeten. En dus ook een boek waar de lezer zich achteraf maar moeilijk van kan losscheuren. Het spoorde ons aan om het werk van Sylvia Plath te ontdekken. Tijdens de leesclubavond proefden we alvast van één van haar gedichten, en ja, dat smaakte naar meer! 

Een ontdekking en vele goede gesprekken rijker, trokken we nadien terug de duisternis in. Het was een mooie avond.

maandag 16 november 2015

Tirza – Arnon Grunberg



In Leuven, waar ik woon, is het momenteel allemaal Grunberg wat de klok slaan. Er is een tentoonstelling aan hem gewijd, de etalages liggen vol met zijn boeken en de man duikt zelf regelmatig op voor het geven van lezingen en voorleessessies. En dus dacht ik: kom, we zullen nog eens iets van hem ter hand nemen. Ik las ooit al twee boeken van hem (die ik niet recenseerde op deze blog) en nu was het dan de beurt aan Tirza. Een boek dat tegengestelde gevoelens opriep: het irriteerde me mateloos en ontroerde me diep.  En ja, dat valt te combineren, blijkbaar.

Laat ik eerst even met de irritatie beginnen. En met een bekentenis. Ik ben zo’n ouderwets iemand die in kunst vooral schoonheid zoekt. Verheffing en zo. Esthetisering, een milde blik van “ondanks alles is het leven prachtig”. Ja, heel flauw. Nu, voor zo’n levensmotto moet je dus niet bij Grunberg zijn. Noch bij andere hedendaagse schrijvers, heb ik de indruk. Hier gaat het immers om het benadrukken van de banaliteit, van de ranzigheden in ons dagelijks bestaan. Deze schrijver zet een spot op vuile nagels, neusharen, lijfgeuren en andere details die je van andere mensen écht niet wil weten. Ook in dit boek gaat het (weer) over een man van middelbare leeftijd die eerst volstrekt over zich heen heeft laten lopen zonder ook maar enige weerstand te bieden. Eens de maat vol, laat hij zich volledig laat gaan. Alle remmen los op de meest afstotelijke wijze. En dan krijg ik zin om zo’n boek in de hoek te gooien…

Maar dat heb ik dus niet gedaan, want naast al die irritatie was er ook fascinatie. Een goed boek is voor mij immers niet alleen een kwestie van esthetiek of goede smaak, maar evenzeer van reflectie. Een boek dat mij aan het denken zet, heeft altijd een streepje voor. En dat heeft Grunberg met Tirza wel echt gedaan. Want dit boek gaat over de onmacht van een vader, wiens volwassen dochter de vleugels uitslaat. Loslaten wat je ooit hebt gekoesterd is voor niemand eenvoudig. Gaandeweg blijkt echter dat de vader-dochter relatie in dit boek een tikje obsessief was. Als je kind alles voor je is, wie ben je zelf dan nog, is de vraag?

En dus deed dit boek me peinzen over opvoeding, over loslaten en koesteren. Treffend, bikkelhard en tegelijk ook heel fragiel. Ik vond het prachtig. Hoe ver een vader kan gaan in zijn allesverscheurende liefde voor een kind…

Kortom, haat en liefde liggen dicht bij elkaar in dit boek. En ook in mijn oordeel erover. Het gaat weer eventjes duren voor ik me weer waag aan zo’n glashard “we zullen eens alle viezigheden laten zien” boek. En tegelijk zal ik Tirza echt niet snel vergeten.
Een aanrader, dus toch!

Leesclubvragen:
-        Wat was de eerste reis die je zonder je ouders maakte?
-        Heb je ooit een vriend of vriendin meegebracht die thuis niet in de smaak viel? Wat gebeurde er?
-        Hoeveel mag je kinderen in een bepaalde richting sturen? Waar ligt voor jou de grens?
-        Wat is het meest gênante feestje dat je ooit hebt meegemaakt?
-        Wiens kant van het verhaal zou je ook wel eens willen horen?
-        Waar begon het mis te gaan in dit verhaal?

dinsdag 3 november 2015

Nietsche’s tranen – Irvin Yalom



Marco Borsato zong het al: “ de meeste dromen zijn bedrog!” En dus houden we ons er nauwelijks mee bezig. De nachtelijke schimmen die onze hersenen tevoorschijn toveren zijn immers toch alleen maar een soort van nazinderen van de dag? Een manier om informatie weg te schrijven op onze harde schijf? Of niet?

In elk geval heb ik net een boek gelezen waarin dromen heel serieus worden genomen. Nietzsche’s tranen is een filosofische roman die zich afspeelt in het Wenen van het einde van de negentiende eeuw. De jonge Freud loopt erin rond, net als Breuer, één van de grondleggers van de psychoanalyse.

In dit fictieve verhaal komt een wanhopige Nietzsche op consultatie bij Breuer, om een oplossing te vinden voor zijn migraine. Het klikt tussen beide mannen en Breuer besluit Nietzsche als klankbord te gebruiken voor zijn eigen gevoel van onbehagen. Tijdens zware en inspirerende sessies stimuleren beide mannen elkaar om te zoeken naar de psychische oorzaken van hun lijden en om daarmee in het reine te komen. 

En tussendoor vernemen we heel wat over de stand van de wetenschap in die jaren.
Centrale vragen daarbij zijn bijvoorbeeld of er zoiets bestaat als het onderbewuste. Welke rol spelen spanning en angst in het leven van een mens, en hoe kan je die wegnemen? Wat is de betekenis van dromen? Kan (en moet) je alle menselijke relaties vertalen in termen van machtsverhoudingen? Hoe verwerk je een obsessieve liefde? En natuurlijk de meest existentiële vraag van allemaal: wwil niet iedereen ontsnappen aan de vergetelheid van de dood?

Dit boek lijkt ook een pleidooi voor de praattherapie waarvan Breuer één van grondleggers was. Voor beide mannen is het bevrijdend om hun hart te luchten, om zonder schaamte alles te vertellen wat hen dwarszit. Iets wat in het puriteinse Wenen van die dagen not-done was. 

Ik heb dit boek graag gelezen, al was het af en toe wel een klus. Yalom slaagt erin om een moeilijke materie op een zeer bevattelijke wijze te omschrijven, maar er zit zoveel wijsheid in dit boek, dat de lezer soms echt even tijd nodig heeft om alles te laten bezinken. Ik heb in elk geval veel geleerd uit dit boek en kan het dan ook van harte aanbevelen, net als de andere boeken van Yalom (ik besprak al eerder spinoza en eendagsvlinders)

Leesclubvragen

·        Wat is de meest bizarre droom die je ooit hebt gehad?
·        Wanneer is een gesprek bevrijdend en helpt het je verder?
·        Heb je ooit gespeeld met het idee om je leven om te gooien? Wat maakte dat je dat wel of niet deed?
·        “Angst is als de sterren: ze zijn er altijd maar je ziet ze niet in het daglicht”, is dat herkenbaar voor jou?
·        “Als je je eigenwaarde laat afhangen van de mening van anderen, onderwerp je je eigenlijk aan hun macht”, ben jij ook al eens in die valkuil getrapt?
·        “Een leven zonder spanningen, waar men altijd tevreden is, is enkel weggelegd voor dwazen”, klopt dat denk je?
·        Wat zou de meerwaarde kunnen zijn van het bijhouden van een dromendagboek?